Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sterker afwisseling in bodem en klimaat vertoonen, was het te verwachten, dat er vele soorten gevonden worden, die in Nederland ontbreken, doch ook het omgekeerde doet zich voor.

Onze lijst geeft een twintigtal soorten, die zoowel op de list ol the British Non-marine Mollusca ') als in den Census ontbreken.

Opvallend is hieronder 't oude geslacht Clausilia, dat in Engeland slechts 4 vertegenwoordigers heeft, n.1.

1. Clausiliastra laminata Mont.

2. Alinda biplicata Mont.

3. Kuzmicia bidentata Ström.

4. Pirostoma rolphi Leach.

terwijl behalve deze in Nederland nog 3 soorten voorkomen, n.1.

5. ICuzmicia dubia Drap.

6. „ parvula Stud.

7. Pirostoma lineolata Held.

Aan den anderen kant komen op de lijst voor Engeland een veertigtal soorten voor, die, voor zoover wij weten, nog niet in Nederland aangetoond werden. Hieronder zijn acht geslachten, die in ons land door geen enkele soort vertegenwoordigd worden, n.1.

1. Testacella in Engeland 3 spec.

2. Milax „ „ 2

1. Geomalacus (zie onder) „ „ 1 „

4. Euparypha „ „ „ „ 1 „

5. Azeca „ „ 1 „

6. Ovatella (zie onder) . „ „ 1 „

7. Pseudamnicola „ „ 1 „

8. Acicula „ „ 1 „

We moeten hierbij wel in aanmerking nemen, dat onze lijst na slechts drie jaar werken, nog verre van volledig is. Er komen 122 soorten op voor, terwijl Schepman er 160 als mogelijk opgeeft. Toch zijn er onder die 38, die misschien nog eens in ons land gevonden worden, ook weer, die in Engeland ontbreken, zoodat de verhouding daardoor niet sterk gewijzigd zou worden.

3. Geomalacus maculosus Allman.

In 1842 door Andrews op de rotsen van Lough Carogh in 't Z.W. van Ierland waargenomen; daarna ook in Portugal, waar Simroth e. a. nog verschillende soorten van dit belangwekkende genus vonden. Scharff2) noemt 't dan ook een „lusitanian element".

De Census geeft nog Norfolk en Merioneth, beiden eveneens aan de kust.

Op de vergadering der Ned. Dierk. Vereen, van 14 Juni 1914 deelde Prof. Ritzema Bos mede, dat hij een aantal exemplaren Geomalacus maculosus Allman, die in ons land nog niet was waargenomen, van een landbouwer (den Heer J. D. Kramer te Cortgene) ontving.

In 't Tijdschrift voor Plantenziekten XX (1914), p. 55 geeft Prof. Ritzema Bos een uitvoeriger beschrijving van deze slak en haalt daarin een schrijven van den Heer Kramer aan, waarin laatstgenoemde spreekt van „kleine, grijsachtige slakjes" G. maculosus is echter zwart met geel gevlekt, 't geen ons op het denkbeeld bracht, of hier misschien een zeer begrijpelijke vergissing zou zijn voorgekomen.

Na een schrijven aan den Heer Kramer ontvingen wij in 1915 slechts Arion circumscriptus Johnst. (grijs met donkere zijbanden). Ook het Rijksmuseum te Leiden, dat ons nog een exemplaar ter vergelijking zond, ontving slechts Arion circumseriptus.

1) publ. by authority of the Conchol. Soc. of Great Britain and Ireland.

2) Scharff, R. F., The History of the European Fauna. London 1899.

Sluiten