Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De verwantschap der Tardigraden

DOOK.

J. C. G. LOMAN.

(met twee figuren in den tekst)

Behalve de talrijke bewoners der hokken, kooien, perken, vijvers, aquaria en musea, wier naam en wier geschiedenis in den lijvigen inventaris der diergaarde zijn opgenomen (in zekeren zin het Register van den Burgerlijken Stand dezer dieren-tuinstad), — behalve al deze in leven en dood vereenigde officieele ingezetenen, worden de tuinen des Genootschaps bevolkt door zeker niet minder talrijke ongenoode gasten, die van de gunstige gelegenheid gebruik maken om zich onder of boven den grond te vestigen. Tot de bekendste dezer klaploopers behooren de ratten en muizen, de verschillende vogelsoorten met de luidruchtige, onbeschaamde musschen aan het hoofd, en het heirleger van alom aanwezige insecten. Maar bovendien zijn uit haast alle andere groepen van het dierenrijk vertegenwoordigers te vinden, al worden zij door de meeste wandelaars onopgemerkt voorbijgegaan. Ik denk hier aan de nuttige aardwormen, aan de pissebedden, de slakken, de duizendpooten, de spinnen en zoovele andere. En nemen wij eindelijk in dit overzicht ook zulke vormen op, die slechts met het mikroskoop duidelijk kunnen worden opgemerkt, dan wordt het aantal bewoners van „Artis" nog oneindig veel gr.ooter.

Onder laatstgenoemde, met het bloote oog haast onzichtbare wezens, behooren de Tardigrada, die het onderwerp dezer bijdrage vormen. Ofschoon reeds lang bekend, weten wij toch pas sinds kort, dat sommige eene nagenoeg kosmopolitische verspreiding hebben en dat zij soms in talrijke exemplaren kunnen gevonden worden. Met zekerheid werden tot nog toe in de tuinen van het Genootschap slechts twee soorten aangetroffen: Macrobiotus Hufelandii S. Sch. en Macrobiotus intermedius Plate.

Waarschijnlijk dat een meer uitgebreid onderzoek in het vroege voorjaar ook de aanwezigheid van andere vormen aan het licht zal brengen, want in dat jaargetijde vindt men in den karakteristieken vorm der eieren voortreffelijke kenmerken tot onderscheiding der soorten.

Met zoo heel lang geleden meende men, dat Tardigraden tot cle zeldzame dieren behoorden; het aantal geschriften over bouw, ontwikkeling en levenswijze was gering. Eerst in de twintigste eeuw is dit veranderd en beseffen wij, dat, althans op sommige plaatsen, het aantal individuen groot kan zijn, en dat dieren uit deze groep overal op aarde voorkomen, waar mossen, korstmossen of andere zodevormende planten aanwezig zijn. En ofschoon men sedert langen tijd wist, dat zoowel in zoet als in zout water een enkele vorm leefde, pas in latere jaren zijn wel een half dozijn nieuwe soorten in de zee gevonden, waaronder met name Tetrakentron synaptae Cuénot genoemd mag worden, een merkwaardige commensaal op de mondtentakels van Synapta inhaerens.

Doch behalve de Systematiek werd ook de kennis der Anatomie, der Biologie en der Ontogenie, zij het ook op bescheidene wijze, uitgebreid, zoodat wij, althans wat de hoofdzaken aangaat, van de Natuurlijke Historie tamelijk wel op de hoogte zijn. En niettegen-

-10

Sluiten