Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer bij de vlinders (Lepidoptera) het larvestadium ten einde loopt, dan is de wijze, waarop de voorbeschikkingen ter verpopping gemaakt worden, zeer verschillend. Sommige rupsen verpoppen zonder meer, b.v. op den grond tusschen dorre bladeren, of onder den grond in eene eivormige holte. Onder diegene, welke binnen in plantendeelen leven, zijn er, die deze ter verpopping niet verlaten, doch alleen zorg dragen, dat de uitkomende vlinder daaruit te voorschijn kan komen. Andere bevestigen zich op de een of andere wijze, zóó, dat de pop aan haar staarteinde komt te hangen, of door bepaalde spinseldraden op hare plaats gehouden wordt. Hierbij sluiten zich weer diegene aan, welke een ruimer gebruik van de spinstof uit hare spinklieren maken en zich een werkelijk spinsel vervaardigen, soms bladeren aaneenhechtend of vreemde bestanddeelen, als b.v. aarde, daarin opnemend. Wordt spinstof in aanzienlijke hoeveelheid gebruikt, dan wordt dit spinsel van veel steviger aard en meer bepaalden vorm en spreekt men van een cocon. Deze laatste kan soms zeer dik van wand en soms buitengewoon hard zijn.

Daar de monddeelen der vlinders, met uitzondering van een enkel zeer primitief geslacht (Eriocephala), geene organen bevatten, die voor bijten of knagen geschikt zijn, kunnen deze dieren bij het uitkomen een hen insluitenden cocon niet openbijten, zooals b.v. uitkomende Hymenoptera dit veelal doen. Derhalve moeten de poppen of de uitkomende imagines van die soorten, welke stevige cocons als rups vervaardigd hebben, over bijzondere middelen beschikken, om zich bij het uitkomen een weg te banen. In sommige gevallen doet de pop dit vóór dat de vlinder de pophuid verbreekt. De kop kan eene spitse punt hebben, waarmede de wand van den cocon doorboord wordt, eenvoudig door druk, waartoe de mogelijkheid in den regel bevorderd wordt, door haakjes aan de achterlijfsringen van de pop, waardoor deze zich beter kan schrap zetten. Een dergelijke druk is echter alleen dan voldoende, als de cocon of het spinsel, dat de pop van de buitenwereld scheidt, niet al te dik of te hard is. Is dit wel het geval, dan wordt weder over andere middelen beschikt.

Een buitengewoon harden cocon maakt b.v. de rups van Hoplitis (Hybocarnpa) milhauseri Tr. Heeft de vlinder den cocon verlaten, dan vindt men daarin eene zuiver ovale opening; een ovaal stukje is n.1. als met een scherp voorwerp er uitgesneden. Dit is ook feitelijk het geval, want de pop is aan het kopeinde voorzien van eene scherpe, harde chitinespits, waarmede zij, terwijl zij eene draaiende beweging om hare lengteas volbrengt, den cocon zoo lang krast, totdat een ovaal schijfje geheel is losgewerkt. Deze methode is echter uitzondering.

Bij verreweg de meeste vlinders, welker rupsen stevige cocons spinnen, bezit het volkomen dier, dat vooraf het voorgedeelte cler pophuid doorbreekt, het vermogen, om aan den kop een druppel helder vocht af te scheiden, die daar ter plaatse het coconweefsel bevochtigt en week maakt, zóó week,, dat de imago weldra in staat is door druk dit soms zeer harde weefsel te doorboren en zich vrij te maken. Bij Dicranura (Harpyia) vinula L. is vastgesteld, dat het aldus afgescheiden vocht kaliloog bevat en is het te begrijpen, dat daardoor de hier buitengewoon harde cocon verweekt wordt.

Bij enkele vlindersoorten komen cocons voor, die een zeer specialen bouw hebben. Daar wordt door de rups op bijzonder kunstige wijze eene inrichting vervaardigd, welkè veerend werkt, eenerzijds den cocon goed sluit, anderzijds het aan de uitkomende imago mogelijk maakt, door tegen de veerende deelen te drukken, zich een uitweg te banen.

Op een paar typen dezer inrichting (er zijn er meer) wil ik hier de aandacht vestigen. Het eene type komt voor bij de familie der Lithosiidae, en wel bij de Haliadinae en de JSfolinae. De cocon heeft hier den vorm eener omgekeerde roeiboot, waarvan het breede einde, de achtersteven, eene verticale sleuf heeft, waarvan de zijden veeren; deze zijn dusdanig tegen elkander gedrukt, dat men van de sleuf niets bemerkt. Bij druk van binnen uit wijken de zijden vaneen, laten den pas uitgekomen vlinder door en sluiten zich daarna als te voren.

Het andere type vindt men bij meerdere soorten van het genus Saturnia (Satumiidae) en heeft dezelfde inrichting als eene fuik. De rups vervaardigt namelijk een eenigszins fleschvormigen cocon; de eene pool daarvan is op de gewone wijze gesloten, de andere, waar het kopeinde der pop komt te liggen, open en wel ietwat verlengd tot een korten hals. Binnen

Sluiten