Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geleerd, dat zelfs de allerteerste organismen (naakte Flagellaten, Heliozoën e. d.) daardoor niet beschadigd worden. Heeft men voldoende lang gecentrifugeerd, dan kleven de planktonten tegen den bodem van het centrifuge-buisje, zoodat men het water voorzichtig afgieten kan en het plankton in een druppel op den bodem achterblijft. Deze druppel kan met behulp van een pipet worden overgebracht op een objectglas en vervolgens worden onderzocht. De methode leent zich ook goed voor vergelijkend quantitatief onderzoek, indien men n.1. steeds eenzelfde hoeveelheid water, 10 cM3 bijvoorbeeld, centrifugeert.

Bij onderzoekingen, dit voorjaar begonnen, die ten doel hadden na te gaan, of ook in de Nederlandsche wateren het nannoplankton een rol van beteekenis als voedsel voor hoogere planktonorganismen speelt, en in hoeverre het als zoodanig van belang is voor onze binnenvisscherij, bleek mij al spoedig, dat het aantal der organismen, die bij ons in het nannoplankton der binnenwateren voorkomen, verbijsterend groot is, en dat het geen eenvoudige zaak was, die talrijke meestal zeer kleine en dikwijls maar weinig bekende wezens behoorlijk te determineeren. Ik heb mij derhalve voorshands bepaald tot een nauwkeuriger studie van cle meest talrijke — en daarom alleen reeds meest belangrijke — soorten in een bepaald en gemakkelijk af te bakenen gebied: het gebied van het Hollandsch-Friesche laagveen. Bovendien heb ik meer in het bijzonder mijn aandacht gewijd aan een groep van Phytoflagellaten, die mij sterker clan eenige andere aantrok door haar sierlijkheid en verscheidenheid in vorm en levenswijze: de Peridineeën. En omdat het mij voorkomt, dat iedere bijdrage tot de kennis dezer merkwaardige organismen, ook al kan zij, zelfs voor het onderzochte gebied, nog geenszins aanspraak maken op volledigheid, voor verder onderzoek van nut kan zijn, geef ik hier een overzicht van de tot dusver verkregen uitkomsten als eerste bijdrage tot een nauwkeuriger kennis onzer inheemsche zoetwater-peridineeën.

Het onderzochte plankton-materiaal is afkomstig van het Alkmaarder Meer, het Abcouder Meer, de Vecht bij Nigtevecht, cle Kortenhoefsche plassen, en, hoewel niet tot het laagveengebied behoorende, het in de duinen bij Callantsoog gelegen Zwanenwater. Verder van de navolgende Friesche meren: het Pikmeer bij Grouw, het Sneeker Meer, de Langweerder Wielen en het Tjeukemeer, benevens enkele kleinere wateren in Friesland. De aard der bovenbedoelde orienteerende onderzoekingen bracht mede, dat op geen der hier genoemde plaatsen van regelmatig met korte tusschenpoozen gedurende een langen tijd voortgezette waarnemingen sprake kon zijn. Omtrent de jaarlijksche periodiciteit der Peridineeën kunnen derhalve eerst latere onderzoekingen licht verspreiden. Een uitzondering maken slechts het Zwranenwater en het Abcouder Meer, waar althans in verschillende jaargetijden plankton verzameld werd en voor sommige soorten bekend is, in welk jaargetijde zij het veelvuldigst voorkomen.

Daar de meeste Peridineeën "uit het zoete water tot het nannoplankton behooren en derhalve, met uitzondering van cle grootere soorten zooals Ceratium hirundinella, Peridinium tabulatum en enkele andere, niet of slechts onvolledig met het planktonnet gevangen kunnen worden, dient men het water te eentrifugeeren. Ik gebruikte daarvoor een kleine handcentrifuge, die gemakkelijk 2000 omwentelingen per minuut maakt en centrifugeerde daarmede steeds eenige malen 10 cM3 van het te onderzoeken wTater gedurende één minuut. Praktisch worden aldus alle in het water aanwezige organismen, de bakterien wellicht uitgezonderd, neergeslagen, gelijk uit controle-proeven is gebleken; enkele, die soortelijk lichter zijn dan water, zooals sommige Cyanophyceën, komen aan de oppervlakte drijven. Op den bodem der centrifuge-buisjes vormt zich dan een grooter of kleiner bruin tot groen vlekje, dat eenigen tijd beklijft, zoodat men rustig het buisje leeg kan gieten. Langs den wand laat men een enkelen druppel terugloopen, men heeft het in de hand, dien druppel naar wensch grooter of kleiner te maken en door even op te schudden kan men in dien eenen druppel al het plankton uit die 10 cM3 verzamelen.

Bijna zonder uitzondering heb ik het aldus verkregen materiaal levend onderzocht. Flagellaten, ook Peridineeën, laten zich weliswaar voortreffelijk conserveeren in Flemming's vloeistof en tamelijk wel in formaline 4%, maar in de eerst genoemde vloeistof worden de

Sluiten