Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

foren, doch kleine, ongekleurde lichaampjes, die gewoonlijk als leukoplasten worden aangeduid. Bij vele soorten komt een rood stigma voor, doch dit schijnt niet konstant te zijn. In het entoplasma liggen de kern en de vacuolen en bij sommige soorten de zgn. „pusulen", met vloeistof gevulde ruimten, die met een fijn kanaal uitmonden in de spleet, waardoor de fiagellen naar buiten komen.

De wijze van voortplanting der Peridineeën is nog slechts onvolledig bekend. Bij verschillende soorten is deeling der vrijlevende, bewegelijke individuen waargenomen (Gymnodinium, Ceratium), bij andere soorten sporenvorming. Alleen bij Ceratium hirundinella is kopulatie waargenomen.

Verreweg de meeste Peridineeën leven planktonisch en bewegen zich schommelend en roteerend om hun lengteas door het water voort. De longitudinale flagel sleept dan achter het lichaam aan. Mariene soorten zijn vaak een hoofdbestanddeel van het plankton; in het zoetwaterplankton spelen zij een meer ondergeschikte rol. Plaatselijk kunnen sommige soorten (Gymnodinium fuscum b.v.) onder gunstige omstandigheden evenwel gedurende korten tijd in grooten getale voorkomen. Onder den naam Cystodinium heeft Klebs een aantal soorten beschreven, die slechts zeer korten tijd (eenige minuten of uren) vrij zwemmen, doch het grootste gedeelte van hun leven in de gedaante van gehoornde cysten doorbrengen. Andere, tot het geslacht Hypnodinfum behoorende soorten zijn tot dusverre alleen in rustenden toestrnd bekend. Eindelijk zijn, voornamelijk door Fransche auteurs (Caullery, Chatton e. a.) in de laatste jaren een groot aantal epizoïsche en parasitische, op staarten van Appendiculariers, in eieren van Copepoden en elders levende soorten beschreven.

In het onderhavige opstel worden alleen vrijlevende, zoetwater-plankton-Peridineeën behandeld.

Het aantal soorten, dat tot dusverre met zekerheid in het Hollandsch-Friesche laagveengebied is waargenomen, bedraagt 12. Zij zijn met enkele twijfelachtige soorten in het onderstaande overzicht systematisch gerangschikt:

I. Orde: GYMNODINEAE

Familie: Gymnodiniaccae

1. Gymnodinium aeruginosum Stein.

2. „ rufescens (Pénard) Lemm.

3. „ meervalli nov. spec.

II. Orde: PERIDIIVEAE Familie: Glenodiniaceae

4. Glenodinium edax Schill.

5. „ cinctum (Muller) Ehrb.

6. „ gymnodinium Pénard.

Familie: Peridiniaceae

7. Peridiniurn tahulatum (Ehrb.) Clap. et Lachm.

8. „ aciculiferum Lemm.

9. „ aciculiferum Lemm. var. ahcoudense nov. var. 10. „ laeve Huitfeldt-Kaas.

11- » marssoni Lemm. -

12? „ latum Paulsen.

13. Diplopsalis spec.

14. Ceratium hirundinella (O. F. M.) Schrank.

Sluiten