Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't vervolg zich te hebben leeren schikken en — zij 't clan ook niet met „inzicht" — wat van hen ook niet te verlangen zon zijn — het rustig en regenvrij nachthok te verkiezen boven een meer natuurlijke broedplaats onder den open hemel. Hier heeft dus weer een „leeren uit ervaring" tot „gewoontevorming" bijgedragen; hebben verworven associaties het geërfd instinct gewijzigd. . ■

Tegen nestelen op den vlakken grond bleek bij ons paar A. goliath geen overwegend bezwaar te bestaan; weliswaar kon hun in het nachthok geen nestel-boom gegeven worden, maar zoowel de omstandigheid dat onze inlandsche A. cinerea, hoewel bij voorkeur koloniegewijs in hoornen broedend, soms ook afzonderlijk in 't rietland nestelen wil, als ook het feit dat onze Reuzenreigers zij 't ook noodgedwongen uit eigen beweging in 'tbuitenperk op den grond zijn begonnen te nestelen — terwijl inlandsche Ooievaars zich nimmer zonder de gebruikelijke verhooging van eenig staketsel tot broeden lieten bewegen — wettigen het vermoeden, dat A. goliath in de vrije natuur ook in 't rietbosch of op moerasgrond nestelen zal.

Als nestel-materiaal bezigden onze vogels voornamelijk door hen geplukte stengels en bladen van Bambusa metake en voorts ook veel stroo, terwijl takken, vooral grootere, verworpen werden, wat ook weer wijst op een niet in 't geboomte broeden.

Beide ouders bouwen aan 't nest, met dien verstande evenwel, dat het cf1 meer in 't bijzonder aansleept '— daarbij echter volstrekt niet, zooals altijd voor de Ardeidae wordt opgegeven, het materiaal alleen en uitsluitend overlangs en nimmer overdwars in den bek dragend — terwijl het 9 voor de rangschikking en den aanleg van 't nest zorgdraagt.

Bij het broeden lossen en 9 elkaar af, doch voor de verwarming der kuikens zorgt alleen het 2, terwijl het d> het 9 dan visch op 't nest brengt en zich met de bewaking van het nest belast.

Het legsel bestaat uit 3 tot 5 eieren van bleekblauwe kleur, gewoon eivormig en metend 67 X 47 m.m.

Ze worden om de twee dagen gelegd; de kuikens komen eveneens twee dagen na elkaar uit, zoodat de duur der bebroeding — berekend als de tijd welke onderscheidenlijk verloopt tusschen het gelegd worden en uitkomen van elk ei — 30 dagen bedraagt, welke bebroedingstijd dus langer duurt dan die van a'. cinerea, die op 28 dagen gesteld moet wordén.

De kuikens vertoonen het gewone reiger-donskleed van lange, grauw-witte en op de bovendeelen eenigszins vaalbruin getinte plumae. Op den kop heeft A. goliath ze verlengd tot een vervaarlijke „kuif". Washuid, keel en voorzijde van den hals tot in de kropstreek toe zijn naakt en groenachtig van kleur.

Als ietwat gewaagde onderstelling moge hier de meening geopperd worden, dat dit eigenaardig woest uitziend donskleed — zoo geheel verschillend van dat der Ciconidae — wellicht min of meer als „afschrikmiddel" werkt, mede in verband met het feit dat de kuikens reeds in het aangepikte ei, bij aanraking daarvan, of wanneer de moeder zich op de eieren beweegt, luid blazen, en eenmaal uitgerust op 't nest liggend, bij naderbij komen van vreemden en bij aanraking terstond de donsveeren en den „kuif" opzetten, om eveneens blazend kop en hals omhoog te heffen, welke bewegingen — niet aangeleerd of hoe ook verworven als ze zijn — moeten neerkomen op een cleronome (Ziegler) gecompliceerde reflex, een soort verdedigings-instinct wellicht.

Bij nadering der ouders evenwel blijven de jongen stil liggen of wel — hongerig — heffen ze als instinctmatige reactie op het lokkend geluid, dat de voerensgezinde ouders bij 't betreden van het nest laten hooren, koppen en halzen omhoog om instede van het voornoemd geblaas een geheel ander, stootend en kokkerend geluid te maken.

De j.ongen liggen steeds onder de moeder, en worden nimmer, zooals dit bij de Kraanvogels op meer gevorderden leeftijd gebeurd naast het moederlichaam onder de vleugels verwarmd of zelfs op den rug gedragen. Beide ouders voederen na den eersten dag met voorverteerde en op het nest uitgebraakte visch, waarbij de jongen dan zoogezegd kokkerend de kopjes opheffen, doch geen moeite in 't werk stellen om het voedsel uit den snavel der ouders op te vangen.

Sluiten