Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„slangengesis" der kuikens van onze Strix flammea, als een juist holen-broeders zeker in veel gevallen ten goede komend afschrik-instinct .beschouwd worden, gezien ook de bekende aangeleerde angst die veel apen en roofdieren voor slangen schijnen te bezitten.

Beide ouders broeden; het d werd echter overdag gewoonlijk buiten gezien, des ochtends vroeg daarentegen steevast op 't nest aangetroffen, terwijl het 9 zich dan op haar beurt buiten ophield. Zoodat het d bij dag de wacht houdend des nachts het 9 bij 't broeden aflost. Daarentegen draagt alleen het 9 — ook 's nachts — zorg voor de verwarming der kuikens, terwijl het d zoodra de eieren uitgekomen waren, zich buiten ophield, veelal gedurig langs de hekken der huurlieden heenenweerloopend, hoewel er bij de buren door niets hoegenaamd reden werd gegeven om hen van vijandelijkheden jegens het (hun ook trouwens verborgen gebleven) nest te beschuldigen. Door dit doelloos, min of meer steryotyp uitgevoerd worden, verraadt zich deze afweerhandeling van het d als zuiver instinctmatig, tevens een goeden grond leverend voor de nog zoo vaak tegengesproken bewering dat er bij instinct — bij cleronome gecompliceerde reflexen dus — volstrekt niet immer en altijd van eene totaal onwillekeurige, onbewuste uitvoering sprake behoeft te zijn, althans niet bij hoogere dieren als Vogels, en tot op zekere hoogte ook de Reptielen zonder twijfel zijn.

Na een bebroedingstijd van + 40 dagen komen er kuikens voor den dag met een inderdaad bijzonder protectief donskleed, van bruin acht ig-grij ze, min of meer „zandige" kleur en zoo volmaakt met den ondergrond overeenkomend dat, wanneer ze zich na twee weken ongeveer als vrij groote donsjongen geregeld buiten vertoonen, het niet zeer nauwlettend publiek hen totaal over 't hoofd ziet. Ook de bij volwassen vogels naakte huidplekken aan den kop zijn met lang, draderig dons bekleed. Na 6 weken ongeveer komen de eerste zwarte veeren, die, tusschen het zandgele dons overal uitstekend, een allerzonderlingst „slordig" effect geven, en met 3 maanden ongeveer heeft het donskleed voor het jeugdkleed plaats gemaakt, met dien verstande evenwel, dat van de lange, draderige donsveeren in het aangezicht en tusschen de kopveeren in het volgend jaar Juli nog de duidelijke sporen te vinden zijn.

Met den eersten rui in het eenjarig kleed dus, verliezen de jongen ook dit laatste uiterlijk zichtbare dons, maar vertoonen toch nog niet de naakte gierenkop-en-hals der ouders, aangezien de toekomstig naakte kop-en-halshuid merkwaardigerwijs bij hen nog met kleine zwarte pennae bevederd is.

Eerst met den rui van het volgend jaar Juni—Juli verliezen ze ook deze zwarte aangezicht-veertjes, en vertoonen ze zich op volle kleur, met den loodblauwen kop en hals der volwassen vogels, kaal tot in de schouderstreek.

Beide ouders voeren, en wel in dier voege dat ze het door hen voorverteerde vleesch op den grond voor de jongen uitbraken, welke het dan terstond — zonder vóórpikken dus — opnemen.

Zoolang het 9 nog binnen bij de jongen moet blijven — een 14 clagen zoogezegd verloopen eer deze zich met de moeder buiten vertoonen — brengt voor zoover wij konden waarnemen het d haar geen voedsel, maar liep het 9 met den voertijd even van de jongen weg om haar portie te halen.

De jongen werden tegen den volgenden paartijd — als eenjarige vogels dus — door de ouders afgebeten en weggejaagd.

OPMERKING.

Het feit, dat onze zwarte Gieren in het jeugd- zoowel als in het eenjarig kleed nog niet de naakte kop- en halshuid der ouders te zien geven, maar dat de donsveeren daar ter plaatse in het eenjarig kleed vervangen worden door bijzondere, bij de volwassen vogels absoluut ontbrekende, pennae, komt mij zeer merkwaardig voor.

In verband met de wetenschap, dat we in jeugd- en éénjarig kleed — voor zooverre althans niet sprake is van eenige moderne acquisitie op het jeugdleven betrekking hebbende, zooals dit b.v. bij vele „larvale organen" der Amphibien het geval is — een primitieven

Sluiten