Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar onberispelijk quantitatieve planktonbepalingen tot de uitzonderingen behooren >) besloot ik mijn monsters althans zóó te nemen en te verzamelen, dat zij onderling vergelijkbaar waren en dat de eventueel gemaakte fouten dan ook voor alle gelijk waren.

In de meeste grachten, althans in de oude stad was het water oppervlakkig veel' te vuil om sleepende of horizontaal te kunnen visschen. Aardappelschillen, uien, papier, groentenafval zou het hoofdbestanddeel van het verzamelde „plankton" hebben uitgemaakt. Ook de beweging van de schroef van de motorboot maakt het water voor monsterneming ongeschikt en om de boot zonder aanzetten van den moter uit te laten loopen daarvoor was op dé meeste plaatsen de scheepvaart te druk. Ik besloot daarom met een gewoon horizontaal planktonnet (gaaswijdte 85 M) vertikaal te visschen. Het netje werd tot anderhalve meter diepte neergelaten en dan snel opgehaald tot vlak onder het wateroppervlak. Dit werd, om althans iets meer water af te visschen vijfmaal achter elkaar herhaald. Het netje dieper dan anderhalve meter te laten zakken was in de meeste grachten niet mogelijk zonder bodem"monsters te krijgen. Op alle plaatsen werd op dezelfde wijze en met hetzelfde netje"-evischt en alle monsters dadelijk in formaline gefixeerd. Deze vangmethode heeft natuurlijk hare bezwaren. Ten eerste ontsnapt het nannoplankton door de mazen van het netje; ten tweede ontvluchten o.a. de meeste copepoden, daar men deze dieren slechts met een grooter net goed kan vangen; ten derde is de hoeveelheid afgevischt water gering althans veel minder dan zij bij horizontale visscherij in den regel is. Doch in de gegeven omstandigheden was deze methode de meest bruikbare, en daar deze bezwaren voor alle monsters dezelfde zijn zyn de aldus verzamelde monsters onderling vergelijkbaar. Dit is voor het nagaan van dé verspreiding van de met het netje gevangen organismen een eerste vereischte.

Verder droeg ik er zorg voor, dat het monster vanuit de stilliggende boot in het midden van de gracht werd genomen. Het kwam mij voor, dat in een stadsgracht, waarin voortdurend geboomd en gevaren wordt, van een zuivere onderscheiding van een litoraal «ebied langs den wallekant en een linmeticum weinig te zien zou zijn, ook al geeft bijv. H Dieffenbach 2) op dat in slooten van 1 Meter een dergelijke invloed van den wal wel waarneembaar is! Mijn bezwaar vlak bij den oever te visschen kwam voort uit de zichtbare vervuiling door het uit de riolen stroomende water. De invloed van in de gracht geloosd water was bijvoorbeeld op verschillende punten duidelijk waar te nemen aan de temperatuur van het water, zooals uit onderstaand tabelletje blijkt.

Temperatuur van het water aan de oppervlakte in graden Celsius

Amstel b/d Magere brug.

6° 13.5° 16° 15.5° 12.5° 25° 12.5°

7.5°

De hoogere temperatuur van het Entrepötdok-water vergeleken met dat van de overige grachten, waarvoor de Amstel als voorbeeld werd genomen, is te wijten aan het geloosde condenswater van de Electrische Centrale. Alleen 22 Nov. 1916 was de temperatuur van het Entrepotdok-water lager dan elders. Hoewel hier niet van rechtstreeks belang, moge dit een aanduiding zijn clat men bij grachten steeds rekening moet houden met de mogelijkheid van een invloed van instroomend water.

1) H. Bachmann, Das Phytoplankton des Süsswassers, 1911 p 23 vooral p 27 Suppl.X^™Np?25H' Bi01' Unt" " Raderti6ren' Int ReVUe d- W Hydrobiologie und Hydrographie Bd. IV. Biol.

Datum. Entrepotdok.

17 Maart '16. 10°

26 April '16. 15°

27 Juni '16. 20° 27 Sept, '16. 17° 22 Nov. '16. 5.5° 12 Juni '17. 26° 31 Mei '18. 16° 26 Nov. '18. 9°

Sluiten