Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'pen.

Balanuslarven. Brachionus angularis.

„ bakeri.

„ bakeri brevispinus.

„ mülleri.

„ pala.

„ pala amphiceros.

„ urceolaris. Codonella lacustris. Difflugia urceolata. Em*ytemora affinis. ( „ hirundoïdes). Naupliën.

(Pedalion fennicum). Triarthra longiseta.

materiaal waar te nemen wat de dieren eten en tegelijk aan het nannoplankton na te gaan, waar zij in het water hun dagelijksch voedsel vinden. De kennis van het voedsel; dat door het zoöplankton gebruikt wordt, kan aan de namen oligo-, meso-, en polysabroob diepere beteekenis geven. Zonder deze kennis hebben naar mijne meening deze adjectieven slechts een eenzijdige beteekenis en zal men telkens op de bekende lijsten van Kolkwitz en Marsson uitzonderingen vinden.

Een dergelijk onderzoek naar het dieet der vei-schillende zoöplanktonten wordt thans door mij begonnen.

Amsterdam, 18 December 1918.

Grachtty

Planten.

Bacillaria paradoxa. Beggiatoa mirabilis (bodem f). Coscinodiscus biconicus. Oscillaria agardhi.

„ tenuis. Scenedesmus quadricauda.

Dieren.

Anuraea aculeata. „ cochlearis.

„ tecta. Asplanchna ssp.

Onmiddelijk komt uit die tabel naar voren welk een belangrijk aandeel van het plankton de raderdieren vormen. Het is dan ook te verwachten dat zij bij de zelfreiniging van hetgrachtwater een bepaalde rol zullen vervullen. Welke die is en waarop dus feitelijk de meso- en polvsaprobie dezer dieren berust kan slechts uitgemaakt worden door aan levend

Sluiten