Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steld, dat het geimporteeerd of een immigrant uit den laatsten tijd is. Daarvoor slechts drie voorbeelden:

Een zeer opmerkelijke visch is de meerval (Silurus glanis L.J, niet alleen omdat hij de reus onder de europeesche zoetwatervisschen is, meer nog wegens zijn zonderlinge verspreiding. Günther1) duidt haar vrij goed aan met de woorden: „European rivers east of Rhine" waarbij evenwel het system van de Weser en de beneden-Elbe uitgesloten moeten worden. Wonderlijk is nu zijn onverwacht optreden is ons land. Door Gronovius (1754) weten wij, dat hij eertijds in het Haarlemmermeer en daarmede in gemeenschap staande wateren menigvuldig was. Allengs minder algemeen, is hij sedert de drooglegging daarvan (1836) een zeldzame visch geworden, beperkt tot de wateren die vroeger met het Haarlemmermeer in verbinding stonden zooals de Ringsloot, Aalsmeer, het Kaagher meer, de Amstelveensche plas. Reeds Valenciennes 2) achtte dit geisoleerde voorkomen zoo ver van het verspreidingsgebied der soort wellicht verklaarbaar door import: „peut-être le poisson y-at-il été transporté, comme dans quelques uns de ceux (sc. lacs) de Suisse". A. A. van Bemmelen 3) zegt: „De meerval is ook waargenomen in het Uddeler-meer (tusschen Garderen en Apeldoorn) in Gelderland; in 1825 werd aldaar een groot individu gevangen; door een visscher in de nabijheid van dat meer woonachtig is mij verzekerd, dat er later nog meer gezien waren; deze voorwerpen zouden daarin echter uit Hongarije overgebracht zijn, ten tijde van Prins Willem V". Lauterborn 4), deze overlevering releveerende, voegt hieraan toe: „Eine ahnliche schon früher erfolgte künstliche Einbürgerung hat auch für den Wels des Haarlemer Meeres mehr Wahrscheinlichkeit für sich als etwa die Annahme einer Einwanderung des Fisehes vom Hochrhein her, als dieser noch mit der Donau in Verbindung stand".

Wie de Veluwsche heidemeertjes kent zal het voorkomen van den meerval in het Uddeler-meer inderdaad slechts door import verklaren. Evenwel zal men het — de toenmalige verkeersmiddelen in aanmerking nemende — waarschijnlijker achten, dat de visch dan uit het Haarlemmermeer werd overgebracht, althans uit een der zwabiscbe of beiersche meeren, die met de Donau (het speciale woongebied van den meerval) in verbinding staan. Op die wijze ook zijn voorkomen in het Haarlemmermeer te verklaren is voorzeker het allerlaatste redmiddel. Zoodanige veronderstelling verliest uit het oog, dat de meerval, behalve in het meer van Constanz, wel degelijk ook in den duitschen Bovenrijn bij en beneden Basel, al is het ook maar een enkele maal, gevangen werd *). Aan den anderen kant is het waar, dat de meerval althans tegenwoordig in het W'esergebied ontbreekt en juist de Weser was het, die waarschijnlijk bij het terugtrekken van het landijs tijdelijk westwaarts over Nederland haar water uitstortte. Maar voorhands wil het mij voorkomen, dat de meerval een relict is uit tijden van een grooter verspreidingsgebied ook over het westelijk gedeelte der noordgermaansche laagvlakte. Dit komt mij waarschijnlijker voor dan import of de veronderstelling, dat hij uit de Donau tot ons kwam, toen deze in diluvialen tijd tijdelijk met den Rijn in verbinding stond.

De geschiedenis van de moerasschildpad (Emys orbicularis) maant al evenzeer tot voorzichtigheid in het nemen van besluiten, waarbij men de gemakkelijke verklaring van import te hulp roept. Sedert 1897 is zij in Limburg in talrijke beekjes, moerassen en sloten, die direct of indirect met de Maas samenhangen, gevonden, eveneens in het onmiddellijk aangrenzende gebied van Pruissen0). Die vindplaatsen werden steeds talrijker naar mate men er op ging letten en toonen overtuigend aan, dat althans voor het Maasgebied de oorspron-

-1) Günther, Gat. British Museum, fishes V. 1864, p. 32.

2) Güvier & Valenciennes, Hist. nat. poissons XIV. 1839, p. 340.

3) A. A. van Bemmelen, Bouwstoffen voor eene fauna v. Nederland III. 1866, p. 357.

4) Lauterborn, Die geograph. u. biolog. Gliederung d. Rheinstroms, Sitzber. d. Heidelberger Akad. d. Wissenschaften III. 1918, p. 74.

5) v. Siebold, Süsswasserfische v. Mittel-Europa 1863, p.' 81.

6) Zie vooral H. Schmitz, Tijdschr. Ned. Dierk. Ver. (2) VIII. 1904, p. 104 en C. Willemse in „de Levende Natuur" XXI. 1917, p. 126.

Sluiten