Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Versl. Vergad. 1901, p. XLT]. Komt geregeld voor in de Middellandsche Zee en den Atlantik Kr zijn zoo talrijke vangsten van de engelsche en noorsche kust bekend, dat de zwaardvisch geen zoo zeldzame visch in de Noordzee blijkt te zijn.

16. Bhnnius gattorugine BI., September 1899 één exemplaar gevangen in de zoo°- Hels deur by Texel [C. Kerbert, Tijdschr. Ned. Dierk. Ver. (2) VI. Versl. Vergad. 1899, p IviIIl Voor zoover bekend is dit het eerste exemplaar, dat aan onze kust van deze visch gevangen werd, die overigens in de Middellandsche zee en de atlantische kusten van Europa voorkomt. Phohs phohs L. met een gelijke verspreiding, is niet zeldzaam tusschen wier aan de dijken en steenen hoofden der nederlandsche kust.

17. Sebastes marinus (L.). Van deze arktische en noord-atlantische visch uit het diepe' water verdwaalt er wel eens een zuidwaarts. Zoo vermeldt Hoek [Tijdschr Ned Dierk Ver (?) V. Versl. Vergad. 1895, p. XXXIX] een exemplaar April 1891 bij de Noorder Haaks gevangen en Redeke [l.c. (2) XII. Versl. Vergad. 1913, p. CXVI] één exemplaar in de haven van Helder opgevischt.

18. Trigla lineata L. Van deze in de Middellandsche zee en aan de Westkusten van Europa voorkomende, maar van Nederland niet bekende visch, vermeldt Hoek [Tijdschr Ned Dierk Ver. (2) III. Versl. Vergad. 1890, p. LXVIII] een exemplaar „door een visscher van Texel m de Noordzee nabij onze kust gevangen".

19. Cottus bubalis Euphr. Het eerst voor de nederlandsche fauna vermeldt door van den Ende [Versl. d. Werkzaamh. v. d. Ver. t. bevord. d. inlandsche Ichthyologie II (1847) 1849 p. 7 en 24], die een exemplaar ontving „van de Zutphensche Vischmarkt, waarschijnlijk afkomstig uit de Zuiderzee"; 1890 één exemplaar vermoedelijk in Texelstroom gevangen [ti. 1. Maitland, Tijdschr. Ned. Dierk. Ver. III. Versl. Vergad. 1890, p. LXVIII]; Maart 1913 bij Helder een exemplaar [H. C. Redeke, 1. c. (2) XIT. Versl. Vergad. 1913, p. CVI]. Het dichtst bij is deze soort van Engeland en Helgoland bekend.

20. Aphya pellucida (Nardo), Latrunculus pellucidus (Nardo). November 1913 door J J Tesch [Ned. Dierk. Ver. (2) XIII. Versl. Vergad. 1913, p. IX] bij de ton van Breehoorn in het noordelijk deel der Zuiderzee gevangen. Dit is de eerste vondst van deze eenjarige Gobiide die m de Middellandsche Zee gewoon, ook bekend is uit het Kanaal, de zuidelijke Noordzee en bet Skagerrak.

Er is nog een andere groep van zeebewoners, die hier kort ter sprake moet komen- de Cetaceen. De walvischachtigen zijn bewoners der volle zee; enkelen onthouden zich ook in het kustwater der zeegaten en zijn als zoodanig echte leden der nederlandsche fauna. Van andere soorten kan dat niet gezegd worden, daar zij wel in het Engelsche Kanaal en in de Noordzee leven, ook wel eens ons strand zullen naderen, maar dan altijd met het gevaar te stranden, zooals zoo vaak vooral bij stormen gebeurt.

Het is in nederlandsche fauna-geschriften gebruik geworden alle Cataceen op te nemen waarvan gestrande exemplaren bekend geworden zijn. Dit doende mag men niet uit het oog verhezen, dat daaronder dan ook soorten zijn, die niet alleen niet bij ons fauna-gebied behooren, als zijnde geen bewoners van het litorale water, maar die zelf in de naburige zeeën niet t'huis behooren. Dit zijn dan in der daad verdwaalde gasten.

Als zoodanig is in de eerste plaats te noemen de Potvisch {Physeter macrocephaïus L.). Met groote omzichtigheid heeft van Deinse') de ongeveer 40 strandingen, die vanaf 1521 tot 1781 van dezen walvisch in Nederland plaats hadden, in een lezenswaard artikel te boek gesteld.

Vervolgens heeft van Oort een lijst gegeven van de Cetaceen-soovten, die tot heden aan de Nederlandsche kust zijn waargenomen 2).

_ Als ontwijfelbaar verdwaalde gasten, daar zij ook in de naburige zeeën niet inheemsch zijn, wil ik, behalve den potvisch, noemen; Deïphinus delphü (L.), Steno rostratus (Cuv), Lagenorhynchus albirostris (Gray), Monodon monoceros (L.), Balaenoptera borealis (Lesson).

1) A. B. van Deinse, in Zoolog. Mededeelingen IV. 1918, p. 22. 1) E. D. van Oort, in Zoolog. Mededeelingen IV. 1918. p. 54.

Sluiten