Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deel voor het voederen worden weggenomen. Alle ramen aan die dienstgang zijn voorzien van gaas, ook bij geopende toestand, zoodat ontsnappen der vogels bij het schoonmaken der kooien is buitengesloten.

De linker ingang van het apenhuis dient tevens als toegang voor het vogelhuis, omdat apen- en vogelhuis aan elkaar liggen. Vanaf die ingang heeft men dan ook een verrassend gezicht in die beide gebouwen.

Het Reptieliengebouw liggende in het hart van de groote Vijver heeft aan de Zuidzijde een groote serre waaraan een zeer groote en 4 kleinere rüimten met bassins en rustplaatsen voor de krokodillen zijn gelegen.

Daar de achtergrond van deze perken gevormd wordt door de met tropische planten begroeide serre, en cle perken bovendien van planten zijn voorzien is hier een inderdaad verrassend geheel bereikt, waarin die gevaarlijke dieren, waarvoor bijzondere veiligheidsmaatregelen noodig waren, allergenoegelijkst schijnen te tieren, daar reeds een paar malen, en dat is zeker een unicum in een diergaarde, krokodilleneieren aanwezig waren.

Tegenover die krokodillenperken liggen aan de Doklaanzijde van het gebouw een groote en acht kleinere kooien ieder voorzien van resp. twee en een bassin voor de slangen, met een daarachter gelegen dienstgang.

Daar in die hokken zeer gevaarlijke dieren, waaronder giftslangen, zijn gehuisvest, zijn zoowel voor het publiek als in het bijzonder voor het bedienend personeel uitgebreide voorzorgsmaatregelen aangewend. Aan de linkerzijde van de bovenomschreven middenzaal is een uit twee zaaltjes bestaand insectarium gebouwd waaraan grenst een werkkamer voor den leider van het insectarium benevens een vertrek voor den oppasser, dat in verbinding staat met den dienstgang.

Aan de rechterzijde zijn in een ruime zaal de terrariakooien gemaakt, waarvan een groot aantal, die bijzondere verzorging noodig hebben aan den dienstgang zijn gelegen, terwijl aan cle tuinzijde van die zaal gezelschaps-terraria voor schildpadden zijn gemaakt met een groot daaraan sluitend op het Zuiden gelegen loopperk.

Apen- Vogel- en Reptielengebouw zijn natuurlijk voorzien van verwarmingsinstallatiën, terwijl bovendien het Apen- en Vogelhuis ook des avonds kan worden verlicht en voor het publiek te zien is.

In hoofdzaak zijn de groote gebouwen beschreven en zijn de vele verbeteringen of veranderingen aan de bestaande gebouwen niet genoemd en ook niet de vele, vele verfraaiingen die de tuin heeft ondergaan.

Inderdaad is onder het beheer van Dr. Kerbert verbazend veel tot stand gebracht en wanneer men dan vergelijkt wat in buitenlandsche diergaarden wordt gedaan voor de dierenverblijven, etc. dan betreurt men het, dat de middelen hier zoo uiterst gering zijn voor werken, die van zoo groote opvoedende kracht zijn, doch die uit den aard hunner samenstelling en zonder nog in weelderigheid te vervallen toch zooveel geld vorderen. Dat in weerwil daarvan hier nog zooveel is bereikt, een feit waarover autoriteiten van buitenlandsche diergaarden met bevreemding gewaagden, is het werk van Dr. Kerbert.

Voor alles wat Dr. C. Kerbert dan ook voor Artis heeft gedaan, past een woord van ernstige hulde en dankbaarheid voor zijn groote liefde en toewijding en mag gehoopt worden, dat waar nog zooveel te doen is, het aan dien beminnelijken, bescheiden en wijzen Artisvader gegeven moge zijn nog vele van zijne denkbeelden verwezenlijkt te zien en zelf nog te mogen uitvoeren, waardoor onze Artis ongetwijfeld een der schoonste instellingen van de hoofdstad zal blijven.

Sluiten