Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenige buiten Me dan wonende ornithologen, die hier ter plaatse met name genoemd mogen worden en wier hulp thaus nogmaals zeer dankbaar herdacht wordt.

In de eerste plaats zij vermeld de heer C. Waldeck, administrateur bij de Senembah Maatschappij, te Batang Kwis, die reeds vroeger in Deli ornithologisch verzameld heeft en wiens toenmalige collectie ook door de Beaufort bewerkt is (Versl. Med. Ned. Orn. Ver. VI. 1909, p. 8—15); ook thans moeten wij hem voor veel materiaal, zoowel vogels als eieren en nesten, met zorgvuldige waarnemingen, dank weten.

Een andere krachtige steun was de heer D. j. van Balen, assistent bij de Sumatra Rubber Cultuur Mij. Serbadjadi te Serbadjadi, medewerker aan het boek van zijn vader, J. van Balen, over de dieren van Ned.-Indië, terwijl als derde genoemd moet worden cle heer A. F. H. van Heyst, assistent bij de Deli Maatschappij, te Polonia, wiens talenten vooral in oölogische richting ontwikkeld zijn.

Onder de andere medewerkers willen wij nog gaarne vermelden de heeren EL van Hoobn, administrateur van Ramoenia en J. F. van Leeuwen, assistent bij de Senembah Mij.

De jagers van het Deli Proefstation hebben aanvankelijk gewerkt in de omstreken van de hoofdplaats Medan, maar werden later, toen een duidelijk beeld van de vogelfauna der tabakslanden gevormd was, elders gedetacheerd, zoowel op ondernemingen als op meer ongerepte plaatsen, die om de een of andere reden veelbelovend schenen.

Een ruwe schets van het gebied, waarvan de beschreven verzameling afkomstig is, mag wellicht aan de hand van het kaartje gegeven worden.

Langs de zeer lage kust komt vrijwel overal een dichte mangrove-vegetatie voor, oorspronkelijke, niet geheel ongerepte vloedbosschen — waar veel brand- en bouwhout gekapt wordt — voornamelijk bestaande uit Rhizophoren, Bruguiera, Ceriops, en op de plaatsen, die zoo hoog liggen, dat zij niet meer geregeld door het vloedwater overstroomd worden, ook uit andere boomsoorten. Deze strook is verschillend diep, hier eenige kilometers, daar hoogstens één.

De kust zelf is op de meeste plaatsen slijkerig en modderig, met bij eb uitgestrekte modderbanken, waarop en waarover men noch loopen noch varen kan, en waar op sommige tijden een druk vogelleven waargenomen wordt. Op enkele plaatsen (Pantai Tjermin) echter is er een zandstrand en komt de zee tot aan een uit groote kwartskristallen bestaande bank, hoogstens een paar meter boven laagwaterpeil, waarop zich een merkwaardige Casuarinen-vegetatie, met zeer hooge exemplaren, onmiddellijk aan het water ontwikkeld heeft; tusschen die groepen liggen zeer ontropische weidjes, terwijl achter de bank, waar het terrein daalt, weer de gewone mangrove-vegetatie optreedt.

Achter de mangrove-strook volgt het laagland, wraar zich de tabaks- en rubberondernemingen en de bewoonde plaatsen bevinden. Het is vlak, eerst slechts enkele meters boven zee, maar loopt geleidelijk op, gaat zoo in het heuvelland en ten slotte in de bergstreken over.

Oorspronkelijk is het geheel met oerbosch bedekt geweest, doch sinds in het begin der zestiger jaren Nienhuis de uitstekende geschiktheid van dit terrein, een zeer fijne tabak voort te brengen, ontdekt had, is dat woud in den loop der tijden gekapt, zoodat thans in de eigenlijke tabakscultuurstreken niet meer dan kleine resten ervan zijn overgebleven; aan de grenzen, zoowel tegen cle mangrove-zone aan, als tegen het heuvel- en bergland, zoowel naar het Noordwesten als naar het Zuidoostelijk laagland bevinden zich nog zeer groote oerwoud-complexen.

Met het voortdringen der cultures evenwel worden die grenzen onophoudelijk verder weg gedrongen; eiken dag verandert daar het beeld, wordt oerbosch gekapt en verbrand, en het opengekomen terrein met rubber, thee, koffie en andere gewassen beplant.

Wordt daar het uit zoo verschillende bestanddeelen gevormde oerbosch vervangen door eentonige plantages van de genoemde overjarige gewassen, in de oude eigenlijke tabaksstreken met Medan en Timbang Lang kat als centra is door de eigenaardige cultuur-

Sluiten