Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

76. Photodilus badius (Hors/.). a. f. Boekit Lawang. 21 Juli 1915'.

Oerboschvogel.

XV. PS1TTACIDAE.

77. Palaeornis torquata (Bodd.). a. f. Medan. 15 October 1912. 39 c.M.

Slechts dit ééiie exemplaar is door mijn jager in de onmiddellijke nabijheid van Medan geschoten; de vraag komt daardoor op, omdat de soort overigens niet van Sumatra bekend is, of het wellicht uit gevangenschap ontvlucht is. Onmogelijk is dat zeker niet, want dikwijls komen vreemde vogelhandelaars met uitheemsche vogels naar S. 0. K. Sporen van gevangenschap vertoont dit exemplaar echter niet.

78. Palaeornis longicauda (Bodd.). a. Sennah. 4 November 1912. Vruchtenresten, kleine zaden. Mal.: bettet.

Deze soort, die gezellig in de toppen van de allerhoogste boomen leeft, b.v. van de toealangs of bijenboomen (Koompassia spec.), wordt in het cultuurgedeelte van Sumatra's Oostkust door het verdwijnen dier geliefkoosde rustplaatsen hoe langer hoe zeldzamer; op de grens van het oerbosch is zij evenwel nog talrijk.

79. Loriculus galgulus (L.).

a. ?. Saentis. 23 Mei 1912.

b. juv. Medan. 27 Juni 1912. Resten van zaadkorrels.

c. juv. » 4 October 1912. 11>/2 c.M.

d. cf- » 13 » » Ü Va oMi

e. cf - Sennah. 24 » » 12'/, c.M.

f. 9. Medan. 21 November 1912. II1/,. c.M.

g. f. » December » Mal.: s e r i n d i t.

Niet zeldzaam, ofschoon men de vogels door hun leven hoog in de boomen niet dikwijls ziet. Komt ook voor op bewoonde plaatsen.

XVI. PODARGIDAE.

80. Batrachostomus javensis (Horsf.). a. f. Paggar Marbau. 9 Juni 1915. .

Dit exemplaar werd op het nest (vgl. hieronder) gevangen. Zeldzaam.

Het nest van dit exemplaar bevond zich op een horizontalen tak, eénige meters boven den grond en is zeer klein.

Het ééne ei is dofwit, langwerpig ellipsvormig, aan het eene einde slechts iets grooter van omvang dan aan het andere, 30 X 19 m.M.

XVII. CORAC1IDAE.

81. Eurystomus orientalis (/>.).

a. Saentis. 12 Mei 1912. Resten van zeer vele kevers.

b. Sampali. 12 Juni 1912. Resten van zeer vele kevers en wantsen.

c. » » » » Zelfde maaginhoud als b, bovendien een Xylocopa.

d. Medan. Augustus 1912. Een Vespa cincta, 3 geheele zwarte wantsen, zeer vele insectenresten.:

e. » 23 November 1912. 26 c.M. Keverresten.

Niet zeldzaam, leeft paars- of familiesgewijze, bij voorkeur bij hooge boomen zoowel in het cultuurgebied als in de ongerepte bosschen; de vogels zitten uren lang op doode uitstekende toppen en takken, vliegen zoo nu en dan wat rond, waarhij de witte vlek op de onderzijde der vleugels zeer duidelijk uitkomt. Komt voor van de kust tot op de Hoogvlakte.

Sluiten