Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de meest zuidoostelijke vertegenwoordiger. Voor zoover mij bekend, was deze vorm nog nooit zoo zuidelijk aangetroffen. Hartert (Vogel palarkt. Fauna II, 1912, p. 870) geeft voor de verbreiding van U. e. indica aan: „Indien, östlich bis Südchina und Hainan". Het voorkomen op Sumatra zal wel zoo moeten worden opgevat, dat wij hier te doen hebben met een verdwaald exemplaar. Vermoedelijk is U. e. indica min of meer trekvogel en is ons exemplaar op den trek zuidelijker afgezakt dan gewoonlijk.

XXI. MEROPIDAE. 99. Merops sumatranus Rafjï..

a. ad. 22 Mei 4912. Odonata en bijen. - -

b. ad. » » » » » mieren.

c. juv. » » » 1 Odonaat, cicaden, wantsen, bijen en mieren.

d. juv. » d » 1 Odcnaat en bijen.

e. ad. Saentis. 8 Juni 1912.

f. ad. » » » » Mal.: sambar gal lang.

Zeer algemeen; in grooten getale dikwijls op de telefoondraden langs de wegen. Trekt soms in groote vlucbten; midden in den nacht kan men dan hoog in de lucht haar geluid vernemen.

Zij nestelt in diepe meterlange holen, die öf vrijwel horizontaal gegraven worden, wanneer de vogel een loodrechte wand tot zijn beschikking heeft, öf schuin naar beneden loopen, wanneer hij aan de aardoppervlakte moet beginnen. Zandige gronden worden bij voorkeur uitteraard als nestplaatsen gekozen; op sommige tabaksondernemingen nestelen de dieren vrij algemeen in de zijwanden der afvoergoten.

Soms worden in één nest eieren van zeer verschillend ontwikkelingsstadium gevonden.

Eieren bijna bolrond; glanzend wit en glad van schaal. .

2 eieren (één legsel). Medan. Mei 1915. 24X20 m.M.

4 eieren. Paggar Marbau. Mei 1915. 23X 20, 23X 21, 24X 20 m.M.

100. Merops philippinus L..

a. cf. Medan. 25 October 1914. Mal.: sambar gallang.

Ofschoon dit stuk uit de buurt van Medan afkomstig is, heb ik deze soort altijd in grooter getale waargenomen in meer zuidelijk gelegen streken, bij Tebing Tinggi etc. Zij is lang niet zoo algemeen als de vorige soort, maar in haar streken een gewone verschijning op de telefoondraden zoowel in het open veld als op boschrijke plaatsen.

101. Nyctiornis amicta (Temm.).

a. juv. Medan. 11 Juni 1912. Zeer vele Diploptera-resten, 1 Cetoniide.

b. juv. » Augustus 1912. 1 boktor, 1 wants, rupsenresten.

c. cf ad. » 10 October 1912. 29 c.M. 2 Xylocopa.

d. Bah Bajoe. 11 Januari 1915. Mal.: selèring.

Deze groote bijeneter is ih boschrijke streken niet bijzonder zeldzaam; niettegenstaande (dank zij ?) het bonte vederkleed — groen, geel, rose — is hij moeilijk tusschen de bladeren te ontdekken.

XXII. CAPR1MELGIDAE.

102. Caprimulgiis affinis Horsf..

a. Medan. September 1912.

b. Namoe Trassi. 12 October 1912. - , .

Minder algemeen dan de volgende soort. Nestelt op den grond.

Sluiten