Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eieren vrijwel zuiver ellipsvormig met stompe einden. Grondkleur geelgrijs; verder dicht gemarmerd met vele meer en minder fletse lichtgrijze en grijsbruine vlekken; bij één ei aanduiding van een ring om een pool.

2 eieren. Medan. 28 X 20, 28 X 21 m.M.

103. Caprimulgus macrurus Horsf..

a. 2- Medan. April 1912.

b. f. » September 1912. Een Gryllotalpa, 1 groote Cicade, veel kleine wantsen.

c. cf- » » 8

d. f. » 9 October »

e. Medan. 4 April 1915.

f. juv.

Mal.: petjroèk, tjoechtjoer.

Hoogst algemeen, tot in de dorpen, waar men des nachts onophoudelijk hei eigenaardige luide getok hoort, dat het best te vergelijken is met het geluid, dat een steen maakt, die op hard ijs boven diep water geworpen wordt. De vogel doet het hooren, als hij zit, hetzij op den grond, hetzij op een tak of telefoondraad; zittend kan hij ook nog een eigenaardig knorrend geluid maken; vliegend (alleen?) een schelle, hooge schreeuw.

Zeer talrijk zijn de dieren des avonds en 's nachts op de wegen, waar men ze soms over enkele K.M. bij tientallen in het licht der auto-lantaarns op den grond kan zien zitten en vanwaar zij, verblind, pas op het laatste oogenblik opvliegen. Slechts zelden evenwel komen zij met de auto in aanraking; persoonlijk heb ik dat alleen kunnen waarnemen, wanneer met een snelheid boven 40 K.M. per uur gereden werd.

De eieren worden op den baren grond gelegd en bijv. dikwijls gevonden bij het bewerken van het land voor de tabakscultuur.

Zij maken een geelrose indruk en zijn iets glimmend.

De grondkleur is gelig rose; vlekken flets, lichtgrijs, grijs en grijsbruin, wat wolkig, maar niet zoo dicht als bij C. affinis; er blijft meer van de grondkleur te zien. In één geval een klein „kluwen" van donkerbruine strepen aan een pool.

De vorm is ellipsvormig, maar soms is de eene pool duidelijk spitser dan de andere.

2 eieren. Bandar Baroe. Maart 1915. 29 X 23, 30 X 23 m.M.

2 eieren (één legsel). Medan. 4 April 1915. 29 X 22, 30 X 22 m.M.

1 ei. Paggar Marbau. 31 X 23 m.M.

8 eieren met deze afmetingen: 29 X 22, 29 X 23, 29 X 24, 30 X 23, 31 X 22, 31 X 23 m.M.

XXIII. MACROPTERYGIDAE.

104. Macropteryx longlpennis (Rafin.).

a. 2- Medan. April 1912.

b. 2- » » » .

c. f. » Augustus 1912.

d. cf- » 3 October » 18'/2 c.M.

e c>. » 4 » » lS'/s c.M. onherkenbare insectenresten, 1 keverkop.

f. f. » 9 » » 21 c.M.

g. 2- » 15 » » 20 c.M.

h. f. » 19 » » 20'/2 c.M. . . Mal.: laj ang-laj ang.

Zeer algemeen. Bouwt het zeer kleine nest, dat juist het eene ei kan bevatten, tegen de uiterste horizontale twijgen aan in de toppen der boomen. Het nest in de verzameling is een kwart van een bol, met een middellijn, langs de aanhechtingsplaats aan de tak gemeten, van 35 m.M. en een straal, loodrecht daarop van 25 m.M.; het bestaat uit stevig aan elkaar geplakte veertjes, terwijl aan de buitenzijde stukjes schors gekleefd zijn; de bodem is nauwelijks 5 m.M. dik, terwijl de wand naar boven toe geleidelijk dunner wordt en de bovenrand scherp is.

Eieren dof; wit, iets blauw aangeloopen.

1 ei. Medan, 24 Juni 1915, nest tegen een tak van een kapokboom. 24 X 18 m.M.

Sluiten