Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Algemeen in cle bergoerbosschen bij Bandar Baroe; in lagere streken door mij niet waargenomen.

Het buidelvormige nest wordt aan het uiteinde van een tak opgehangen. Een paar malen werd er een aangetroffen in de onmiddellijke nabijheid van een eveneens vrijhangend groot wespennest; mij is medegedeeld, dat ook Eurylaemus javanicus en E. ochromelas meermalen de nabuurschap van wespennesten voor nestplaats uitzoeken.

Eieren wit, weinig glimmend, kleine pukkels op de schaal; een stomp en een spits uiteinde.

1 ei. Bandar Baroe. April 1914. 25X19 m M.

154. Serilophus rothschildi Hart. cf Butler.

a. f. Brastagi.

Ik heb mijn exemplaar vergeleken met exemplaren in het Leidsch Museum van S. lunatus van West-Sumatra afkomstig. Het wijkt daarvan af in de richting van S. rothschildi, zoodat ik het tot laatstgenoemde soort gebracht heb. De vorm van N. 0. Sumatra blijkt dus meer overeenkomst te hebben met die van Malakka dan met die van W. Sumatra, die op haar beurt weer met de vorm van Birma en Tenasserim overeenkomt.

Evenwel moet opgemerkt worden, dat de verschillen tusschen beide soorten zeer gering zijn en dat het zeer goed mogelijk is, dat deze op verschil van sexe of leeftijd zijn teruR te voeren.

Oerbosch vorm.

155. Eurylaemus javanicus Horsf..

a. Serbadjadi. 7 Juni 1914.

b. » 31 Mei 1914.

Vrij zeldzaam; in en langs oerbosch.

156. Eurylaemus ochromelas Baffl.. a. cf. Batang Kwis. 24 Maart 1914.

Vrij zeldzaam, in en langs oerbosch; niet in de bergen waargenomen.

157. Corydon sumatranus (Raffl.). a. Sennah. 4 November 1912. 24 c.M. Groote cicaden.

D- » » » » 25'/,, c.M. Keverresten.

c- » » » » 26 c.M. Cicaden- en keverresten.

In oerbosschen; niet algemeen.

158. Cymborhynchus macrorhynchus lemniscatus (Raffl.). a. Saentis. 12 Mei 1912. Resten van kevers en andere insecten en larven. P' 8 27 » » » » insecten, o. a. Xylocopa. c- * 8 8 8 8 » » o. a. 1 Elateride, kevers, wantsen.

d. Laboean. 13 October 1912. 20 c.M. Keverresten, 1 blad.

e. » 18 » » » »

f. Bah Bajoe. 29 Januari 1915. g' » » » » »

In de laagvlakte van Sumatra's Oostkust de meest algemeene Eurylaemide; in oerbosschen, tot dicht bij de zeekust, doch ook in kleine groepjes oude boomen vlak bij bewoonde plaatsen als emplacementen van ondernemingen; is zeer gesteld op water en hangt het groote buidelvormige nest veelal op aan een tak boven een rivier.

Door mij niet in de bergen waargenomen.

Eieren. Grondkleur licht geel-rose; daarop zeer vele, vrij kleine vlekken, soms licht geelbruin m verschillende tinten, bij andere exemplaren roodbruin; in sommige gevallen zijn cle vlekjes vrij regelmatig over de geheele oppervlakte verspreid, in andere dichter op of om de stompe pool gegroepeerd.

Sluiten