Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij wijkt van C. banyumas af, doordat het,zwart Van de keel bij het cf zich verder tot op de bovenborst voortzet. Nu vertoont de uitbreiding van deze kleur op de onderdeelen bij C. banyumas groote schommelingen. In het Leidsch Museum zag ik een exemplaar uit Borneo, dat, wat bovengenoemd kenmerk betreft, een overgang vormt tusschen mijne exemplaar en typische exemplaren van C. banyumas .'van Java. Sumatraansche vogels in het Leidsch Museum komen met de Javaansche overeen. Geografische vormen kunnen C. banyumas en C. nigrigularis niet zijn, tenzij de exemplaren van Borneo en Oost-Sumatra constant mochten afwijken van die van Java en West-Sumatra. Meer materiaal van Borneo en Oost-Sumatra is noodig, om deze kwestie" op te helderen.

166. Cyornis sumatrensis Sharpe. a. $. Batang Kwis. 26 Juni 1915.

Van deze soort is, voor zoover mij bekend, alleen het cf beschreven. Ik vermoed, dat mijn exemplaar tot bovengenoemde soort behoort. Het komt geheel overeen met het 2 van C. philippinus, waarmede ik het in het Leidsch Museum heb kunnen vergelijken. De onwaarschijnlijkheid, dat laatstgenoemde soort op Sumatra zou voorkomen, doet mij besluiten mijn exemplaar tot C. sumatrensis te brengen.

167. Anthipes olivacea (Hume). a. 9, b. f. Kaban Djahé. 25 en 28 Mei 1915.

168. Kiltava decipiens Sah..

a. f. Brastagi. Februari 1913. Keverresten.

b. Brastagi. 9 ad. en 9 (<ƒ?) juv. c- » 9 (cT?) Juv-

169. Muscicetrea grisola (Blyth.).

a. Medan. 26 Juni 1912. Onherkenbare insectenresten, vml. Coleoptera.

b. juv. Bandar Baroe.

Niet zeldzaam.

170. Erythromyias muelleri (Blyth), a, b. Brastagi. Februari 1913. Insecten-resten.

171. Xanthopyg-ia xanthopygia (Hay). a. 9- Medan. Januari 1913. Schilden van kleine kevers.

172. Hypothymis azurea occipitalis (Vig.).

a. Medan. April 1912.

b. » 26 Juni 1912. 1 gevleugelde mier.

c. » 16 Juli » 2 Flatiden.

d. » » » » 1 wesp, 1 Centronotus..

e. » 20 » » Insecten-resten.

f. Saentis. 27 » » » n

g. Medan. 2 November 1914. 14 c.M.

Niet zeldzaam, op boschrijke plaatsen, ofschoon de vogel wTeinig waargenomen wordt. Eieren nog al glanzend, wit, aan de stompe pool zeer fijne rose stipjes; langgerekt. 2 eieren. Batang Kwis. Mei 1915'. 19 X 13 m.M. 1 ei. „ „ Juni 1915. 18 X 13 m.M.

173. Rhipidura albicollis (Vieill.). a. 9. Bandar Baroe. 1 Maart 1915.

Alleen van de bergen verkregen.

Sluiten