Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

174. Rhipidura javanica (Sparrm.).

a, b. Medan. April 1912.

c » 26 Juni 1912. Resten van Hymenoptera.

d. » 27 September 1912. 17 c.M.

e. » 26 » » 17 c.M. Mal.: kipassan.

De meest waargenomen vliegenvanger, veel op bewoonde plaatsen.

Nest veelal aan de uiterste spitsen van bamboe-stoelen, soms boven water; zeer stevig van maaksel. Diameter van een nest van buitenrand tot buitenrand 7 cM.; van binnen fijn gras, worteltjes, wat paardenhaar; buiten schilfers van pisangblad, en veel gras, bedekt met spinrag. Eieren: grondkleur dofwit, soms gelig; de vlekken zijn in de meeste gevallen in een vrij scherp begrensde krans om de stompe pool gerangschikt, die soms tot op bijna het midden van het ei is „afgezakt"; aan het spitse einde heb ik geen vlekken waargenomen.

Bij sommige eieren zijn de vlekjes flauw, grijs, geelgroenig; bij andere zijn zij duidelijker uitgesproken en komen naast de grijze ook donker olijfgroen-bruine voor. Soms is de krans aaneengesloten, soms, vooral wanneer zij uit weinige, grootere vlekken bestaat, onregelmatig.

3 eieren. Batang Kwis. April 1915. 17 X 13, 17 X 14, 18 X 14 m.M.

2 „ „ Mei 1915. 16 X 13, 17 X 13 m.M.

2 „ (één legsel). Paggar Marbau. 13 Juni 1915. 17x13, 18 X 13 m.M. .

1 ei. „ „ 11 Juni 1915. 18x13 m.M.

175. Terpsiphone allinis (Blyth.). a. Medan. 4 October 1912. Veel insecten-resten.

176. Philentoma velatum (Temm.). a. f. Bah Bajoe. 28 Januari 1915.

177. Philentoma pyrrhopterum (Temm.). a. cf- Bah Bajoe. 13 Januari 1915.

178. Culicicapa ceylonensis (Sivain.). a. Bandar Baroe. 14 Maart 1915.

179. Cryptolopha trivirgata (Strickl.). a, b. cf. Kaban Djahé. 26 Mei 1915.

180. Cryptolopha davisoni Sharpe. a. $ Bandar Baroe. 27 Maart 1915.

Deze soort is tot nog toe slechts van Malakka bekend. Zij onderscheidt zich van C. montis door helderder kleur en grooter afmeting. Daar mijn exemplaar deze verschillen vertoont — ik heb het kunnen vergelijken met een ex. van C. montis in het Leidsch museum — meen ik het tot davisoni te moeten brengen. C. montis is op Sumatra en Borneo gevonden. Het zou dus eenige bevreemding kunnen opwekken, dat het ex. van Bandar Baroe tot de Malakka-vorm en niet tot de Sumatraansche blijkt te behooren. Er zijn evenwel reeds meer gevallen te noemen, waaruit blijkt dat de vogelfauna van N. O. Sumatra meer overeenkomst vertoont met die van Malakka dan van West-Sumatra. Hieronder volgen eenige maten van mijn ex.: Culmen 7,5 mm. Vleugel 50 mm. Staart 40 mm. Tarsus 15 mm.

181. Stoparola thalassinoides (C'ab.J. a. O. Batang Kwis. 25 Mei 1915.

Sluiten