Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

182. Stoparola ruficrissa Salv.. a. Brastagi. Februari 1913. Insecten-resten.

XXXIII. CAMPOPHAGIDAE. 183. Artamides sumatrensis (S. Muller). a- 9j b. <ƒ. Laboean. 13 October 1912. 28 c.M. Resten van kevers en sprinkhanen.

Verre van algemeen; in boschstreken.

184. Pericrocotus montanus Salv..

a, b, c. cf, d. $.

Het 9 stemt geheel overeen met de beschrijving door Salvadori gegeven (Ann. Mus. Civ. Genoa XIV 1879, p. 205). Het mannetje was aan Salvadori niet bekend. Bovengenoemde mannelijke exemplaren nu stemmen geheel overeen met de beschrijving, die Robinson (Journal of the Fed. Malay States Museums VI, 1915, p. 34) van het volwassen mannetje dezer soort gegeven heeft. Ik moet evenwel doen opmerken, dat deze beschrijving, even goed past op P. miniatus. Ik heb mijne exemplaren met exemplaren van laatstgenoemde soort vergeleken en kan geen verschillen vinden. Er bestaan dus twee mogelijkheden: of de mannetjes van P. miniatus en P. montanus verschillen niet, terwijl de wijfjes hemelsbreed verschillen, of het mannetje van P. montanus is nog niet bekend en P. miniatus komt op Sumatra naast P. montanus voor.

185. Pericrocotus ig-neus Blyth. a. cf. Pantai Tjermin. 11 Januari 1914

186. Pericrocotus cinereus Lafr..

a. Bandar Baroe.

187. Lalage terat (Bodd.).

a. Medan. Juni 1912. Resten van een vrucht, een zaad.

b. » 28 September 1912. 17 c.M. Resten van zaden en een spin.

c. » 4 October » 16 c.M. Zeer kleine zaadjes.

d. » 19 » » 16 c.M.

e. » 13 November » 17 c.M. Sprinkhaan-larve. Mal.: Kipassan.

Algemeen en tot in de bewoonde plaatsen, waar boomen zijn.

Eieren: grondkleur dof grijswit; zeer vele, eenigszins in de lengterichting gerekte licht en donker grijsbruine vlekken, die in de meeste gevallen over het geheele ei verspreid zijn en grooter oppervlakte dan de grondkleur hebben; bij één ei krans om stompe pool.

7 eieren. 19x16, 20x15, 21x15 mM.

XXXIV. PYCNOÏMOTIDAE. 188. Aegithina viridissima (Bp.). a, b. Sennah. 4 November 1912. 13'/2 c.M. Insecten-resten.

Mij alleen van oerbosch bekend.

189. Aegithina tiphia (Li).

a. ?. Medan. April 1912.

b. cf ad. Medan. April 1912. Kop en rug zwart.

c. 9. Medan. April 1912.

d. cf juv. Anplas. 10 Mei 1912. Jeugdkleed, groene kop en rug. Kleine zaden en veel kiezel.

e. cf. ad. Saentis. 27 Mei 1912. Kop en rug zwart. Insecten-resten, Coleoptera.

f. 9- Medan. 5 October 1912. 12 c.M. Onherkenbare insecten-resten.

g. 9- » 6 » » 13 cM. » » » en 4 kleine zaadjes. Benevens nog 18 exemplaren van de omstreken van Medan.

Mal.: tj ito.

Algemeen, in jong bosch.

Sluiten