Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij daar niet gekomen is door door vogelhandelaars ingevoerde en ontsnapte exemplaren. Zij is een geliefde kooivogel en wordt veel door den Archipel vervoerd.

Eieren: grondkleur dof zeer licht rose, met helder paarsbruine en grijze vlekken en vlekjes, meer om de stompe pool.

1 ei. Medan. 10 Juli 19.15. 24x17. m.M.

2 eieren (één legsel). Medan. 21 Juli 1915. 21 X 16, 22 X 17 m.M.

201. Pycnonotus bimaculatus (Horsf.).

a. Brastagi.

Alleen van de hoogere streken verkregen.

202. Pycnonotus g-oiavier analis (Horsf.).

Vele exemplaren. Mal.: troetjoek.

Een der meest algemeene en meest waargenomen vogels; bijkans overal, behalve in het oerbosch, hoort en ziet men troepjes van deze zenuwachtige, luidruchtige vogel, die zich ook gaarne op bewoonde plaatsen ophoudt.

De eieren zijn zeer verschillend van teekening en kleur, vorm en afmetingen. De grondkleur is in het algemeen dofwit tot lichtgeel rose; bij vele eieren neemt zij het grootste deel van de oppervlakte in, maar bij andere is zij bijna geheel door talrijke vlekken bedekt; naast lichte gestippelde exemplaren komen dus vele exemplaren voor, die een paarsroodbruin uiterlijk hebben. De hoofdmassa der in grooter of kleiner aantal voorkomende, en grooter of kleiner zijnde vlekken en vlekjes is van dof tot helder paarsroodbruin gekleurd; veelal zijn zij dichter op of om de stompe pool gerangschikt, ofschoon bij sommige stukken de geheele oppervlakte vrijwel regelmatig overdekt is. Naast deze vlekken bezitten sommige eieren er nog van een zeer lichtgrijze kleur.

De vorm is soms kort en gedrongen, dan weer langwerpig, ovaal, puntig en kegelvormig.

Het legsel bestaat meestal uit 2 eieren, soms uit 3; bij de eieren van één legsel heb ik bijna geen verschil in type waargenomen.

De hieronder vermelde zijn alle afkomstig uit de buurt van Medan.

2 (één legsel), 20 X 15, 21 X 15 m.M., licht type.

2 „ „ 21 X 15, 22 X 15 „

2 „ „ 20 X 16, 21 X 15 „

2 » , 23x16 ,

2 „ „ 22 X 16, 23 X 16 „ , lichtroodbruin met groote vlekken.

2 » „ 22 X 16, 23 X 16 „ , paarsbruin, vooral om de pool. 2» » 21x15 „ „ vlekken meer verspreid.

3 » » 20 X 15 „ „ geheel gevlekt.

Bij 30 andere eieren komen tal van overgangstypen voor; de lengtematen daarbij loopen van 20—23, de dikte-afmetingen van .14—16 m.M.

203. Pycnonotus plumosus Blyth.

Mal.: troetjoek oetan.

Algemeen in boschterreinen, maar zelden bij bewoonde plaatsen; ook vertoont deze soort zich niet zoo openlijk als P. aurigaster en P. goiavier analis en leeft zij niet zoo in troepjes, doch meer bij paren of afzonderlijk.

204. Pycnonotus leucogrammicus S. Muller. a, b. f. Bandar Baroe. 18 Maart 1915.

205. ötocompsa emeria L..

a. Medan. 16 October 1912. 16'/2 c.M. Resten van zaden.

b. » 28 November 1912. 16i/2 c.M.

Zeldzaam.

Sluiten