Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXV. TIMELIIÜAE.

206. Garrulax bicolor Hartl..

a—e. Bandar Baroe.

Algemeen in de berg-oerbosschen.

207. Garrulax palliatus (Bp.). ,

a. f. Brastagi.

208. Melanocichla lugubris (S. Muller). a, b. Bandar Baroe. 23 Maart 1915.

209. Rhinocichla raitrata (S. Mulle?').

a—g. Brastagi.

h. Bandar Baroe. 28 Maart 1915.

i. Bandar Baroe.

Algemeen in de beboschte bergstreken. Eieren helder glanzend wit.

2 eieren (één legsel). Brastagi. Maart 1914. 25 X 19 m.M. Nest halfbolvormig, diameter buiten 11 c.M., binnen 7 c.M.

Aan den buitenkant, van onderen en op zijde een aaneengesloten laag dorre bladeren, van binnen takjes, sprietjes, worteltjes; geen veeren of mos.

210. Turdinus rufipectus Salv..

a. f. Brastagi.

211. Setaria allinis Blyth. a. Sennah. 4 November 1912. 14 c.M. Keverresten.

212. Anuropsis malaccensis (Hartl.).

a. Saentis. 12 Mei 1912.

b. Medan. 3 Juni 1912. Onherkenbare insecten-resten.

c. » 11 November 1912. 15 c.M. Insecten-resten.

Algemeen, ofschoon weinig in het oog vallend, in het jonge bosch van het laagland; mij niet bekend van hoogere streken.

Eieren: grondkleur blauw, vrij regelmatig voor ongeveer de helft overdekt met meestal kleine, gewolkte roestbruine vlekjes, iets dichter op de stompe pool gegroepeerd. Bij één ex. zijn de vlekken grooter en scherper begrensd.

2 eieren (één legsel). Paggar Marbau. 11 Juni 1915. 19 X 15 m.M.

3 eieren. Batang Kwis. 19 X 15, 20 X 15 m.M.

213. Stachyris larvata Bp..

a. Kaban Djahé. 25 Juni 1915.

214. Stachyris bocagei Salv..

a, b. Kaban Djahé. 27 Juni 1915.

215. Cyanoderma erythropterum (Blyth.). a. Sennah. 5 November 1912. 12 c.M. Insecten- en vruchten-resten.

Sluiten