Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

d. Medan. 19 October 1912. 17 c.M. Krekel- en keverresten.

e. » 28 » »

f. » 1 Juli 1915.

In de wintermaanden algemeen op open terreinen met struikgewas en laag geboomte.

XLI. PARIDAE.

242. Parus major cinereus Vieill..

a. Pantai Tjermin. 25 November 1912. 12 c.M. Een rups.

b. Brastagi. Februari 1913. Insecten-resten en enkele zaadjes.

Nooit bij Medan door mij waargenomen; wel in de kustbosschen en op de bergen. Eieren wit met vele dof lichtroode vlekken en vlekjes. 2 eieren. Batang Kwis. Februari 1915.

XLII. SITTIDAE.

243. Dendropbila azurea (Less.).

a, b. Brastagi. Februari 1913. Insectenresten.

c. Kaban Djahé. 27 Mei 1915.

Persoonlijk heb ik deze boomklever ook waargenomen in de mangrove-bosschen bij Belawan.

XLIII. ZOSTEROPIDAE.

244. Zosterops auriventer Hume. a. Brastagi. Februari 1913. Insecten-resten.

Deze soort komt ook in de lagere streken voor. Eieren ongevlekt; zeer licht blauw, niet glimmend. 1 ei. Batang Kwis. Voorjaar 1914. 15 X 11 m.M.

XLIV DICAEIDAE. 245. Dicaeum cruentatum sumatranum Cab..

a. cf. ad. Medan. 20 Juni 1912.

b. cf- ad. » Mei 1912.

c. juv.

Algemeen, tot in de tuinen der bewoonde plaatsen.

246. Dicaeum trigonostig-ma (Scop.).

a. Medan. April 1912.

b. » 21 Mei 1912. Resten van een dipteron en andere insecten.

c. » » » » » » spinnen.

d. » 31 Juli 1912.

247. Dicaeum van heysti Rob. <Sf Kloss. Robinsox & Kloss, Journal Fed. Malay States Museums VII. 1918, p. 239. a. g. Bandar Baroe. 1 Maart 1915.

Deze soort, die zeer onlangs van Brastagi, dus uit dezelfde streek als ons exemplaar, beschreven werd, is gekenmerkt door bet ontbreken van rood in het gevederte.

XLV. NECTARIIXIDAE.

248. Chalcosletha pectoralis (Temm.). a. cf- Pantai Tjermin. 25 November 1912. I2V2 c.M. Spinnenresten.

Deze honingzuiger komt alleen in de onmiddellijke nabijheid van de zee voor.

Sluiten