Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 ei. Medan. 12 Juni 1915. 30X 20 m.M.

9 eieren. Batang Kwis. Voorjaar 1915. 27 X 20, 28 X 20, 29X 20, 29X 21, 30X 20, 31 X 20, 31 X 21, 33 X 19 m.M.

271. Oriolus xanthonolus Horsf..

a. f. Serbadjadi.

Oerboschvorm.

272. Oriolus melanocephalus L..

a. Pantai Tjermin. 25 November 1912. 23 c.M. Een wants.

Deze beide exemplaren zijn afkomstig van plaatsen in de onmiddellijke nabijheid van de kust ; dieper het land in heb ik de soort niet waargenomen.

Het stemgeluid gelijkt sprekend op een der meest geuite geluiden van de beo.

273. Oriolus consangaiineus Wardlaw Ramsay.

a. ad. Bandar Baroe. 18 Maart 1915.

b, c. ad. d, e. juv. Bandar Baroe.

Oerboschvogel van de bergen.

LIL DICRURIOAE.

274. Chibia sumatranus Wardl. Ramsay. a, b. Bandar Baroe. 21 Maart 1915.

In oerbosch.

275. Chaptia malayensis Blyth.

a. Sennah. 5 November 1912. 20'/2 c.M. Kever-resten.

b. Tandjong Poetri. 19 Juli 1915.

Oerboschvogel.

Eieren: grondkleur licht zalmkleurig, met vrij duidelijke tot zeer fletse vlekjes van donkerder tint; dichter op stompe pool.

1 ei. Batang Kwis. 22 April 1914. 22X15 m.M. 3 eieren. 22 X 15, 22 X 16, 23 X 17 m.M.

276. Buchang-a cineracea (Horsf.).

a—f. Brastagi. Februari 1913. g, h. Bandar Baroe.

Algemeen in de oerbosschen in de bergen; daar de meest algemeene vogel op telefoondraden.

Nestelt soms zeer hoog in de toppen der boomen, doch soms slechts enkele meters boven den beganen grond.

Eieren met iets rose aangeloopen grondkleur; op de stompe eihelft grijze, licht tot donker paarsroode vlekjes.

3 eieren. 24 Maart 1915. Bandar Baroe. 22 X 17, 22 X 18, 26 X 18 m.M.

277. Bhringa remifer (Temm.).

a. f. Brastagi.

In de bergen.

278. Dissemurus paradiseus (L.).

a. Medan. April 1912.

b. » Mei 1912. Een groote Mantis, eenige koppen van Orthoptera.

c. Saentis. 27 Mei 1912. Insecten-resten, vooral van Coleoptera.

d. Soengei Krio. 7 Juli 1912. Vele resten van sprinkhanen en kevers.

e. Medan. 1 November 1912.

Sluiten