Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORREDE.

Na de revolutie van 9 November 1918 verzochten da -volksgemachtigden mij, als toegevoegd staatssecretaris, aan het departement van buitenlandsche zaken te komen. Een der eerste dingen, die ik daar deed, was na te gaan of het gerucht, 't welk destijds de ronde deed en behelsde dat bezwarend materiaal uit het archief van het departement was verdonkeremaand, waarheid bevatte. Ik kon niets vinden wat steun aan deze verdenking gaf. Een vluchtig onderzoek bewees mij veeleer, dat er zich zeer belangrijk materiaal bevond. Ik stelde de volksgemachtigden voor, in de eerste plaats de bescheiden over het uitbreken van den oorlog uit te geven. Dit waren we m. L aan het Duitsche volk verplicht, dat recht had de waarheid te vernemen over hen die tot dusver aan het roer van i-den staat hadden gestaan. Ik achtte het verder nooI dig, omdat het aan 't wantrouwige buitenland ten duiI delijksto zou bewijzen, dat het nieuwe regime geheel met het oude had gebroken.

De volksgemachtigden waren dit met mq eens en vertrouwden mij de verzameling en de uitgave der bescheiden toe. De houding die ik tot nu toe had aangenomen, was voldoende waarborg, dat ik geen ongelegen materiaal zou verdonkeremanen. Zij achtten let alleen wenschelijk dat ik niet, zooals Eisnex had gedaan, de bescheiden stuk voor stuk dadelqit nadat ik ze had gevonden zou publiceeren, maar dat ze, na verzameld te zijn, als een geheel zouden verschijnen. Uit een politiek oogpunt was dit wellicht minder gewensebt, omdat het de publicatie en haar gunste»» uitwerking voor het nieuwe bewind in binnen- en buitenland uitstelde. Maar het sneed elk verwijt der voorstanders van het oude regime af, dat men alleen te doen had met tendentieus uitgezochte en uit het verband gerukte documenten, die geen bewijskracht hadden.

Sluiten