Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hongerdood is blootgesteld, zoodra het niet meer de zee beheerscht. Zijn heerschappij ter zee, die in het begin van de 19de eeuw bijna alleen als middel tot uitbreiding en beveiliging van zijn koloniaal bezit diende, dus, om modern te spreken, aan imperialistische doeleinden dienstbaar was, werd steeds onontbeerlijker voor de instandhouding van de zelfstandigheid van het land. De heerschappij ter zee werd voor het Britsche volk naast een imperialistische een democratische eisen, althans zoolang geen algemeene ontwapening en afschaffing van den oorlog mogelijk waren — pacifistische oogmerken, die juist in verband met de bij een oorlog gevaarlijke positie van het land, bij de massa der Engelsche bevolking, niet alleen socialisten, maar ook liberalen, zeer populair werden. Daar 'het denkbeeld van de heerschappij ter zee niet alleen door imperialistische, maar ook door democratische lagen werd gesteund, vond deze heerschappij ook een zeer liberale, volstrekt niet protectionistische of monopolistische toepassing, maar een toepassing in den geest van vrijhandel, naar het beginsel van de open deur.

Daardoor bereikte Engeland, dat tijdens de heele negentiende eeuw geen staat mines maakte, zijn heerschappij ter zee te bedreigen. Alleen Duitschland begon met deze politiek tegen het einde van de vorige eeuw, toen Engelands levensbelang deze heerschappij veel meer nog vereisohte, dan in den tijd van Napoleon L

"Wie Engeland en de Engelschen kent, moest weten, dat de Duitsehe politiek der vlootwapeningen alleen al voldoende was, steeds talrijker lagen van de bevolking van Engeland toegankelijk te maken voor het denkbeeld, Duitschland tot eiken prijs tot het stopzetten van deze wapeningen te brengen, als het niet anders ging door een oorlog, die dank zij de vroegere Duitsehe politiek, ook Frankrijk en Rusland als tegenstanders van Duitschland op het tapijt zou brengen.

Von Bülow, die deze noodlottige politiek inluidde, geeft zelf toe, dat zij Duitschland aan het gevaar van een oorlog blootstelde. In zijn boek „Duitsehe politiek", dat in 1916 verschenen is, schrijft hij: „Tjjdens de eerste tien jaren na de indiening van de vlootwet van 1897 en het begin van onzen aanbouw van oorlogsschepen, zou een tot het uiterste besloten Engeleche politiek wel in staat zijn geweest, de ontwikkeling van Duitschland tot een zeemogendheid met geweld af te snijden, ons onschadelijk te maken, voor

Sluiten