Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn eigen belang, dat het zich onthield van elke uittarting, die het in een oorlog kon wikkelen.

Een marxist, die mocht willen beweren, dat het imperialisme toch in elk geval tot oorlog zon hebben geleid, hoe ook de Duitsehe politiek mocht zijn, gelijkt op iemand, die kwajongens verdedigt, welke zich vermaakten met het gooien van brandende lucifers in een kruitvat. Niet de kwajongens, argumenteert zoo'n verdediger, hebben de vernietigende ontploffing, die op hun spelletje volgde, veroorzaakt, de ontploffing is slechts te wijten aan de omstandigheid, dat er kruit in het vat was. Als er water in ware geweest, zou er niets gebeurd zijn. Dat klopt. Maar in ons geval wisten de jongelui, dat er kruit in het vat was; zij hadden immers het meerendeel van den inhoud zelf aangedragen.

Men kan zeggen, dat de uittartingen uit Duitschland talrijker werden, naarmate zijn isoleering toenam. In dezelfde mate steeg het gevaar voor een wereldoorlog.

Juist het toenemende gevaar deed de verbittering aan weerszijden toenemen; zij was een nieuwe prikkel om de bewapening nog meer op te drijven en zoodoende de oorlogspartijen te versterken. Zij vergrootte in noodlottige mate het aantal van hen, die den oorlog voor onvermijdelijk hielden en er daarom op aanr drongen hem op een gunstig oogenblik te ontketenen: als preventieve oorlog, wanneer de omstandigheden gunstig zouden zijn voor het eigen land en ongunstig voor de tegenstanders.

In Duitschland steeg met de bewapening het vertrouwen op de kracht daarvan; in vele kringen ontstond een ware grootheidswaan, die gegrond was op de Pruisische krijgsgeschiedenis, welke sedert 4J4 eeuw, met uitzondering van Jena, bijna alleen maar overwinningen te boekstaven had.

De Al-Duitsche kringen gingen zich met name te buiten aan uitdagende uitingen, die een ernstige beteekenis kregen tengevolge van het feit, dat die kringen een belangrijk deel vormden van de standen, die Duitschland beheerschten en waaruit de regeering des rijks voortkwam. Dat euvel werd nog versterkt door de persoonlijkheid van den keizer, die door en door militair denkend, bovendien oppervlakkig en mateloos ijdeh op tooneeleffecten gebrand, voor de uitdagendste gebaren en redevoeringen niet terugschrikte, als hij geloofde daarmee zijn omgeving te kunnen imponeeren.

Wü hebben al gezien, dat hij in de dagen van de

Sluiten