Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

~vië moeten voeren. Maar dat was den heerscbers in O.-H. onmogelijk. Zij hadden, om op die wijze den staat te redden, hun eigen naastbij zijnde belangetjes moeten opofferen.

Als de demokratisch-nationale en proletarische oppositie er niet in slaagde die heerschers ten val te brengen, dan was O.-H. verloren, evenals Turkije, en ook degene, die zich met hen in nood en dood had verbonden.

Tot overmaat van ramp voelde Oostenrijk zich nog als groote mogendheid; het wilde zich met alle geweld zelfstandig voordoen, het nam telkens aanloopen naar een zelfstandige politiek, die tengevolge van de toenemende binnen- en buitenlandsche moeilijkheden al averechtscher werd.

De personen, die aan het hoofd der regeering stonden, maakten de zaak niet beter: Keizer Frans Jozef had nooit over bijzondere geestesgaven beschikt en zijn hooge leeftijd en een reeks harde slagen van het noodlot maakten, dat hij groote behoefte aan rust had. Zijn bewind had geheel het karakter van seniliteit gekregen. Het ongeluk wilde echter, dat de volken van Oostenrijk volstrekt geen rekening hielden met zijn behoefte aan rust, dat hun verzet tegen den onmogelijken staat, waarbinnen zij bekneld waren, al sterker werd. Deze stijgende onrust in het rijk had de meest tegenstrijdige gevolgen. De keizer, die rust noodig had, was soms verrassend toegeeflijk. Doch die toegeeflijkheid kon de ontevreden volken in zijn rijk niet tevreden maken, omdat zij steeds slechts op onderdeden betrekking had. Het was alles lapwerk, wat dit regime te voorschijn bracht; tot een ingrijpends hervorming was het niet in staat. Zoodra dan bleek, dat de onrust in den lande niet bedaarde, werd met de uiterste strengheid opgetreden, om de rustverstoorders mores te leeren.

Dat gold weliswaar in de eerste plaats voor de binnenlandsche politiek, doch ook de buitenlandsche onderging er den invloed van, vooral omdat van de 8 nationaliteiten des rijks maar twee uitsluitend binnen zijn grenzen woonden, terwijl de andere zich voor een groot deel buiten die grenzen bevonden, de meeste in zelfstandige nationale staten georganiseerd. De nationale aspiraties der Roemeniërs, Roethenen en Polen _ waren van groeten invloed op de buitenlandsche politiek van Oostenrijk en meer nog dan zij de Italiaansche en Zuid-Slavische irredenta.

Daarbij kwam, dat Oostenrijk naast zijn keizer nog een tweeden heerscher kreeg, aartshertog Frans Fer-

Sluiten