Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dinand. die in 1896 troonopvolger werd, bijna terzelfder tijd, dat Duitschland zijn noodlottige vlootpolitiek begon. Het imperialistische streven, dat zich destijds van alle groote staten meester maakte, begon zich sindsdien ook in Oostenrijk te roeren. Het kon zich echter op geen overzeesche gebieden richten en daarom richtte het zich, evenals het Russische, op uitbreiding zijner landsgrenzen. Dat kon het 't best bereiken in het zuiden, in de richting van Saloniki, maar daarvoor was noodig Albanië en Servië tot Oostenrijksche kolonies te maken. Wat geen staat sedert 1871, sedert de inlijving van Elzas Lotharingen, meer waagde: de gewelddadige annexatie van een politiek zelfstandig volk, dat wilde het aftandsche, doch groote Oostenrijk tegenover het krachtige, jonge, doch kleine Servië bereiken, door het stelselmatig te ringel o oren.

De jonge energieke, ja roekelooze Frans Ferdinand, die geen behoefte aan rust had en niet tusschen toegeeflijkheid en geweld heen en weer dobberde, doch alleen van geweld heil verwachtte, werd de drager van dit imperialistisch streven, waarop hij te meer nadruk kon leggen, naarmate zijn invloed in het leger en op de buitenlandsche politiek aangroeide, die Frans Ferdinand sedert 1906, toen Aehrenthal Gulochowski opvolgde, leidde.

Als onnadenkende door-dik-en-dunners schrikten Frans Ferdinand en zijn werktuigen voor de ergste uittartingen niet terug. Zij bekommerden er zich volstrekt niet om, dat zij zoodoende Rusland, den beschermer van Servië, uitdaagden en den wereldvrede in gevaar brachten. Wat kon hun de wereldvrede schelen, zoolang de groote Duitsehe broer met zijn geduchte gepantserde vuist achter hen stond! En die stond achter hen, omdat zijn eigen wereldpositie bedreigd was, indien de eenige militaire mogendheid, waarop hij kon bouwen, aan kracht en aanzien inboette

5. De Balkankrisis.

Den eersten keer dat Oostenrijk roekeloos denwereldvrede in gevaar bracht, was in het najaar van 1908, toen het noodeloos de sedert 1878 voor Turkije bestuurde gebieden: Bosnië en Herzegowina inlijfde. Dat was een schaamtelooze schending van het verdrag met Turkije en een grove kwetsing van de nationale gevoelens der Zuid-Slaven, die door een dergelijke behandeling der Bosniërs als voorwerpen, die-

Sluiten