Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Servië moest afstand doen van den uitgang naar de Adriatische Zee.

Een nieuwe gevaarlijke spanning ontstond, want Servië trachtte zich thans ten koste van Bulgarije in Macedonië schadeloos te stellen. Het vond bondgenooten in Griekenland en Roemenië. Het gelukte hun gezamenlijk, Bulgarije te verslaan en te verkleinen.

Ook ditmaal bleef de wereldvrede bewaard. Europa wachtte zich voor interventie. Zoo kwam den lOden Augustus 1913 de vrede van Boekarest. Men hoopte, dat de Balkan nu tot rust zou komen en dat de wereldvrede voor geruimen tijd verzekerd zou zijn — juist één jaar vóór het begin van den wereldoorlog t

De vrede van Boekarest beviel Oostenrijk trouwens geenszins. Het verlangde van Italië de goedkeuring van een „preventieve defensieve actie" tegen Servië, doch Italië wimpelde dat af. Mèt prins Lichnowsky mag men aannemen, dat markies San Giuliano, die het plan een „pericolosissima aventura" (een uiterst gevaarlijk avontuur) noemde, ons ertegen gevrijwaard heeft, reeds in den zomer van 1913 in een wereldoorlog te worden gewikkeld. Doch ook bij de Duitsehe regeering vond Oostenrijk in dit geval geen steun. Men moet niet vergeten, dat in Roemenië een Hohenzollern regeerde. Daarom beschermde Duitschland het verdrag van Boekarest. Vermoedelijk heeft de opmerking over „de ingenomenheid van dezen hoogen heer (Wilhelm) voor Servië" in het den keizer van Oostenrijk op 1 Juli 1914 overhandigde memorandum (Oostenrijksch Roodboek I. S. 18) daarop betrekking.

Doch de regeerders van Oostenrijk gaven geen kamp. Zij peuterden onvermoeid aan de door den vrede van Boekarest geschapen toestand en wisten ten slotte Duitschland aan hun zijde te krijgen.

Terwijl de twee bondgenooten zoodoende een politiek voorbereidden, die op den wereldoorlog moest uitloopen, lieten zij geen gelegenheid ongebruikt hem te bevorderen, door niet slechts de sympathie van de regeeringen, maar ook die van de volken te verspelen. O.-H. bestreed het óp meer vrijheid gerichte streven in Kroatië en Bosnië niet alleen met een schrikbewind, maar ook met processen en met een propaganda, die zóó gewetenloos en bovendien zoo verregaand dom werd gevoerd, dat herhaaldelijk, met name in het geding-Friedjung (1909) werd aangetoond, dat zij met vervalschte bescheiden werkte. De stukken waren n.b. vervalscht in het Oostenrijksche gezantschap te Belgrado, onder toezicht van graaf

Sluiten