Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

thans weer: dat elk eenzijdig getuigenis uit den booze is. Zoolang niet alle geheime archieven van alle volken geopend rijn en alle betrokken staatslieden als getuigen rijn gehoord, is het h. i. niet mogelijk, over het ontstaan van den oorlog een oordeel te hebben.

Doch zij, die dergelijke bezwaren opwierpen, hebben, de nietigheid ervan door hun eigen daden bewezen, want zij hebben dadalijk na het uitbreken van den oorlog trachten aan te toonen, dat de Centrale mogendheden door de Entente werden aangevallen* ja overvallen.

In één opzicht hadden zij, zoo doende, ongetwijfeld gelijk, de wereld kan niet wachten tot al het denkbare bewijsmateriaal over het ontstaan van een oorlog voorhanden is. Elk politicus moet tegenover een oorlog positie nemen op grond van het materiaal dat hij te zijner beschikking heeft. Hij moet er maar streven, dat materiaal zoo omvangrijk mogelijk te krjjgen, doch zonder leemten zal het nooit zijn, noch voor den politicus van dezen tijd, noch voor den historicus van later. Deze laatste moge toegang hebben tot menig geheim archief, dat thans nog gesloten is, maar hij mist vele getuigenissen, die de tijdgenooten konden hebben gegeven, doch door hen niet op schrift zijn gesteld'.

Het ware echter onzin "de menschheid datgene te onthouden, wat men weet omdat men niet alles weet. En deze onzin kan «en van die politieke fouten worden, die erger zijn dam een misdaad, als nl. de achterhouding van het materiaal moet dienen een vooi het volk en de menschheid gevaarlijk stelsel ta dekken.-

Aan bescheiden over den oorsprong van de wereldoorlog is geen gebrek. Dadelijk na het uitbreken werden wij overstelpt met officieels wit-, rood-, geel-, blauw- en andere kleuren-boeken, en weldra begon ook een kritische beschouwing daarvan. Eeeds in het ■voorjaar van 1915 verscheen Grelling's „J'accuse" waarop hij later zijn werk in drie deelen „Das Verbrechen" liet volgen. Met groote scherpzinnigheid wist hij op zeer voorname punten toen reeds op het rechte spoor te komen.

Buitengewoon belangrijk was het memorandum van prins Lichnowsky uit Augustus 1916, dat niet voor openbaarheid bestemd was, maar in pacifistische handen raakte, die het spoedig in breeden

Sluiten