Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kring wisten te verspreiden. Daarnaast waren de publicaties van den heer Mühlon van gewicht.

Hun, die toen nog niet duidelijk zagen wat er gebeurd was, moesten na de November-revolutie de oogen wel opengaan tengevolge van de openbaarmaking door Eisner van het rapport uit het Beiersrhe gezantschap . te Berlijn van 18 Juli 1914. Jammer igenoeg beging Eisner de onvoorzichtigheid de publicatie meer te behandelen als journalist, wien het om de uitwerking, dan als historicus, wien het om de volkomenheid en ongereptheid van zijn bron te doen is. Hij publiceerde slechts uittreksels uit het rapport en liet plaatsen weg, waaruit men de vredelievendheid van de Duitsehe regeering meende te kunnen afleiden.

Wij zullen nog nader zien hoe het staat met de vredelievendheid die in de weggelaten gedeelten tot uiting gekomen heet.

Nieuw materiaal werd vervolgens aangedragen door publicaties van het Oostenrijksche en 'Ouitseho ministerie van buitenlandsche zaken, in een rood1- en. witboek. Dit, reeds aangehaalde, Oostenrijksche roodboek „Diplomatieke akten over de voorgeschiedenis van den oorlog" (Weenen 1919) dat ik in het vervolg als „roodboek 1919" citeer, bevat zeer belangrijke gegevens over het vraagstuk van de verantwoordelijkheid voor den oorlog. Zeer kritisch daarentegen moet men de bewerking van dit materiaal door ar. Roderich Gooss beschouwen. Ze is tegelijk met het eerste deel van het roodboek te Weenen verschenen onder den titel: „Het Weensche kabinet en het ontstaan van den wereldoorlog". Daar hem de Duitsehe bescheiden niet bekend waren, is de schrijver van het Oostenrijksche commentaar hier en daar tot zeer aanvechtbare, ja volslagen onjuiste opvattingen gekomen.

Vóór het Oosten rijksohe roodboek versenenn in Juni een Duitsch witboek, dat bestemd was tijdens de vredesonderhandelingen op de zegevierende volken indruk te maken ten gunste van Duitschland. In werkelijkheid heeft het er slechts toe bijgedragen, de Dorische buitenlandsche politiek opnieuw te compromitteèren. Wjj zullen nog nader zien, waarom.

Sindsdien is een ander witboek verschenen dat de hoofdbron is voor de volgende beschouwingen: de onder mijn leiding tot stand gekomen verzameling van bescheiden over de verantwoordelijkheid voor den oorlog.

Het verdere materiaal, dat nog versohenen is, levert

Sluiten