Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze staat, zoo betoogt de memorie, beteekent niet alleen een gevaar voor de Oostenrijksche monarchie, maar ook voor Duitschland. Rusland en zijn bondgenoot Frankrijk streefden ernaar „de militaire meerderheid van de twee keizerrijken docr hulptroepen van den Balkan te breken" en zjjn expansie-politiek, in tegenstelling met de Duitsehe belangen, door te zetten.

„Om deze redenen is de leiding van de buitenlandsche politiek van Oostenxijk-Hongarije er ook van overtuigd, dat het een gemeenschappelijk belang van de monarchie en niet minder van Duitschland is, om in het tegenwoordige stadium van de Balkan-crisis tijdig en krachtdadig tegen ©en gang van zaken dien Rusland stelselmatig nastreeft en bevordert, op te komen, een gang van zaken die later misschien niet meer te verhelpen zou zijn." (Afgedrukt in het Witboek over de verantwoordelijkheid van de bewerkers van den oorlog van Juni 1919, bldz. 68).

Deze memorie kan men nauwelijks anders opvatten dan dat zij in de taal der diplomatie den p r e v e n tieven oorlog tegen het rijk van den Tsaar verlangt. Het gevaarlijke document was juist klaar, toen de catastrofe van Serajewo zich voordeed.

Van Konopischt had de troonopvolger zich naar de manoeuvres naar Bosnië begeven. Net precies op dezen warmen grond, die pas kortgeleden ingelijfd verklaard was, moesten toen de manoeuvres in tegenwoordigheid van Frans Ferdinand gehouden worden en in aansluiting daarop moest hij een triomfantelijken intocht, op de wijze van een veroveraar, in de hoofdstad van het land houden. Alsof men het nationale gevoel bijzonder sterk wilde uittarten, had men den 28sten Juni als dag van den intocht in Serajewo gekozen, den „Widow dan", den St. Vitus-dag, een nationalen rouwdag voor de Serviërs. Op dien dag in 1389 hadden zij op het Merelveld in den strijd tegen de Turken, die hen onderwierpen, een vreeselijke en beslissende nederlaag geleden, waarvan de heugenis tot op den dag van heden in de volksliederen voortleeft. Juist op dien dag moest de vreemde beheersoher van het Noorden binnentrekken.

Eu echt oud-Oostenrijksch paarde men aan de uittarting nog gedachtelooze lichtzinnigheid.

Al liet men in een land, waarin de heerenklasse het vreeselijkste schrikbewind uitoefende en daardoor oen atmosfeer van aanslagen kweekte, den troonopvolger paradeeren. men had ten minste zorg moeten dragen, om hem te beschermen.

Sluiten