Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd. Van den oorlog tegen Servië is daarbij geen sprake meer. Ten slotte wordt gezegd:

„Uit het telegram (van de Duitsehe regeering) naar Weenen van 6 Juli en den eigenhandig door keizer Wilhelm geschreven brief van 14 Juli blijkt duidelijk, dat men ook te Berlijn met de mogelijkheid van een inmenging van Busland en hare gevolgen mede rekening hield, maar niet rekende met eenige waarschijnlijkheid van een algemeenen oorlog. Van de bedoeling, om een Europeeschen oorlog te ontketenen, kan echter, zooals de bijgevoegde stukken overtuigend bewijzen, geen sprake zijn." (bldz. 57).

Lichnowsky rapporteert daarover'in zijn memorie:

„Naderhand vernam ik, dat bij de beslissende bespreking te Potsdam op 5 Juli, de vraag uit Weenen de onvoorwaardelijke toestemming van alle gezaghebbende personen vond en met de toevoeging, dat het ook niets geven zou, als daaruit een oorlog met Busland ontstaan zou. Zoo staat het althans in het Oostenrijksche protokol, dat graaf Mensdorff te Londen kreeg (bldz. 28).

Graaf Szögyeny, de Oostenrijksche gezant te Berlijn, rapporteert over zijn gesprek met Wilhelm op 5 Juli: „Naar zijn (keizer WiiheJm's) meening moet echter met deze actie (tegen Servië) niet te lang gewacht worden. Busland's houding zou in elk geval vijandig zijn, maar hij was hierop al sedert jaren voorbereid, en al zou het zelfs tot een oorlog tusschen Oostenrijk-Hongarije en Busland komen, dan zouden wij ervan overtuigd kunnen zijn, dat Duitschland met de gewone hondstrouw aan onzen kant zou staan. Busland was voor het overige, zooals de zaken nu stonden, nog geenszins klaar voor een oorlog en zou zach stellig nog wel bedenken, om een beroep op de wapens te doen. Tooh zou het bij de andere mogendheden van de Triple Entente tegen ons stoken en op den Balkan het vuur aan wakkeren.

Hij begreep zeer goed, dat het Zijne K. en K. Apostolische Mafésteit met zijn bekende vredesliefde moeielijk zou vallen, in Servië binnen te rukken; als wij echter werkelijk de noodzakelijkheid van een actie tegen Servië ingezien hadden, zou hij (keizer Wilhelm) het betreuren, als wij het tegenwoordige, voor ons zoo gunstige oogenblik ongebruikt lieten." (Roodboek, 1919, 1 bldz. 22).

Sluiten