Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met de waardigheid, noch met het zelfbehoud van de monarchie te vereenigen was, het gedoe aan gene zijde nog langer werkeloos aan te zien. De K. en K. regeering stelde ons van deze opvatting in kennis en vroeg onze meening. Van heeler harte konden wjj onzen bondgenoot onze instemming met zijn opvatting van den toestand betuigen, en hem verzekeren, dat een actie, die hij noodzakelijk achtte, om aan de beweging in Servië, die tegen het bestaan van de monarchie gericht was, een einde te maken, onze goedkeuring zou hebben. Wij waren ons hierbij wel bewust, dat een eventueele oorlogsaotie tegen Servië Rusland op het tooneel brengen en ons hiermee, oveaoeenkomstig onze bondsplichten, in een oorlog wikkelen kon." (bldz. 3, 4.) • .Pe* ,zou het toppunt van gedachteloosheid geweest znn, als Bethmann en de Keizer op B Juli werkelijk niet verder gedacht en niet de mogelijkheid van een Europeeschen oorlog overwogen zouden hebben, die zij met hun actie opriepen.

Het is zeker opmerkelijk, dat de Keizer in een toe^ stand, waarin Zulke gevaren dreigden, een reis naar Noorsche wateren aanvaardde. Een ding is eohter duidelijk: zelfs de lichtzinnigste souverein zou dat niet gedurfd hebben, zonder er zich van tevoren van vergewist te hebben, dat weermiddelen en wapens van oen staat voor alle mogelijke eischen gereed waren. Het feit, dat hij na de „besprekingen" te Potsdam zijn zomerreis aanvaardde, wijst er reeds op, wat daarbii besloten werd.

Hebben daar Wilhelm en Bethmann Hol!weg, zooals deze zelf verklaarde, aan een „oorlogsactfe van Oostenrijk-Hongarije" hun toestemming gegeven, op gevaar af, van in een oorlog met Rusland gewikkeld te worden, dan moest alles voor het gevecht gereed gemaakt worden, voor Wilhelm de middernachtszon tegemoet voer.

Het is dus volstrekt niet verrassend, dat er een „aanteekening van onderstaatssecretaris baron v. d. Bussohe voor staatssecretaris Zimmermann" bestaat, gedagteekend van 30 Augustus 1917. J}aarin staat:

„Op den dag, nadat de Oostenrijksch-Hongaarsche ambassadeur in Juli 1914 Z. M. den Keizer den eigenhandig geschreven brief van keizer Frans Jozef, dien graaf Hoyos had overgebracht, overhandigd had, en de rijkskanselier v. Bethmann Hollweg en onderstaatssecretaris Zimmermann te Potsdam ontvangen waren vond te Potsdam ee» beraadslaging van militaire autoriteiten bij Zijne Majesteit plaats. Er na-

4

Sluiten