Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou willen weten, hoe men te Berlijn erover denkt. HÜ zeide, dat men o. a. kon verlangen, dat te Belgrado een orgaan van de Oostenrüksch-Hongaarsche iegeering wordt ingesteld, om van daar uit op de Grootseuvische beweging toezicht te oefenen', eventueel ook de ontbinding van vereenigingen en ontslag van eenige (van de! W.) gecompromitteerde officieren. De termijn voor de beantwoording moet zoo kort mogelijk afgemeten worden, zooiets als 48 uur. Weliswaar zou ook deze korte termijn voldoende zijn, om van Belgrado uit Pefcersiburg instructies in te winnen (Hartwig is doodt W.) Mochten de Serviërs alle gestelde eischen aannemen, dan zou dat een oplossing zijn, die hem „zeer onsympathiek" zou zijn en hij dacht er nog over na, welke eischen men zou kunnen stellen, die het Servië volstrekt onmogelijk zouden maken het aan te nemen. (HetSandsjak ontruimen! Dan is het zeker ruzie! Dat moet Oostenrijk onvoorwaardelijk onmiddellijk terug hebben, om de vereeniging van Servië en Montenegro te beletten en te zorgen dat de Serviërs niet bij de zee kunnen komen. W.)

De minister heeft ten slotte weer geklaagd over de houding van graaf Tisza, die het hem moeilijk maakt om krachtig tegen Servië op te treden. Graaf Tisza heeft gezegd, dat men zieh ridderlijk (gentlemanlike) moest gedragen (tegenover moordenaars, na alles wat er gebeurd isT W.), maar dat zou, waar zulke gewichtige staatsbelangen op het spel Staan en vooral tegenover een tegenstander als Servië moeilijk gaan.

De wenk van de keizerlijke regeering, om nu reeds de openbare meening in het binnenland door middel van de bladen tegen Seryië in te nemen — waar graaf Szögyeny over getelegrafeerd heeft — zal de minister gaarne ter harte nemen. Alleen zal hierbij, naar zijn meening, voorzichtigheid betracht moeten worden, om Servië niet ontijdig te alarmeeren.

De minister van oorlog zal morgen met verlof gaan, baron Conrad von Hötzendorf zal Weenen eveneens voor eenigen tijd verlaten Dat gebeurt, naar graaf Berchtold mij meegedeeld heeft, met opzet (kinderachtig! W.) om alle ongerustheid te voorkomen. (Zoo ongeveer als in de dagen van deSilezische oorlogen. „Ik ben tegen krijgsraden en beraadslagingen, nademaal de minder doortastende partij steeds de

Sluiten