Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men moest toch kunnen aannemen, dat het Weensehe kabinet zich reeds een algemeen beeld gevormd heeft van het doel, waarnaar men, ook in territoriaal opzicht, zal streven. Uwe Exc. wil wel zoo goed zijn te probeeren, om in een onderhoud met graaf Berchtold opheldering hierover te verkrijgen, doch moet daarbij vermijden, den indruk te wekken, als zouden wij de Oostenrijksche actie bij voorbaat willen belemmeren of haar zekere grenzen of bepaalde doeleinden willen voorschrijven. Het zou ons alleen wat waard zijn, tenminste eenigszins ingelicht te worden, waarheen ongeveer de weg leiden moe t."

Dit is zeker een hoogst merkwaardig stuk.

Men denke eens aan! Den 5den Juli geeft de Duitsehe regeering haar goedkeuring voor den oorlog tegen Servië, wetende, dat het op een algemeenen oorlog uit kan loopen. Van dat oogenblik af dringt zij er op aan, vlug van leer te trekken, en den 17den vraagt de staatssecretaris van buitenlandsche zaken bedeesd te Weenen, of hij „tenminste eenigszins ingelicht" zou mogen worden, ■ „waarheen ongeveer de weg" van den oorlog „leiden moet".

En dat vraagt hij nog niet eens om er zijn eigen besluiten naar te regelen — Oostenrijk behondt van 't begin tot 't einde vrij spel — maar alleen om in staat te zijn Italië en Engeland diplomatiek op de juiste manier te „behandelen".

Een volkomen duidelijk antwoord heeft Berlijn nimmer uit Weenen ontvangen, en wel om de eenvoudige reden, dat men daar zelf niet wist „waarheen de weg voeren moest". De beide centrale mogendheden hebben i den verschrikkelijkst en aller oorlogen ontketend, zonder zelfs maar bij het punt van uitgang een vast doel! voor oogen te hebben.

Het antwoord zou te Weenen den 19den Juli gegeven worden in een ministerraad „voor gemeenschappelijke zaken" over „de aanstaande diplomatieke actie tegen Servië", waarin de doeleinden van den oorlog zouden worden vastgesteld, dien men besloten had af te dwingen. In deze zitting stelde'graaf Tisza den eisch, dat aan de actie tegen Servië geen veroveringsplannen door de monarchie zouden worden vastgeknoopt. Men zou zich tot de grensverbeteringen, die om militaire redenen noodzakelijk waren, moeten bepalen. Hij wilde dat men dit met algemeene stemmen aan zou nemen. Hij, als Magyaar, wenschte niet, dat het aantal Serviërs in de monarchie vermeerderd zou

Sluiten