Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen sprake geweest. Daarentegen gaf graaf Benckendort'f openlijk toe, dat er in Busland een krachtige anti-Oostenriiksche neiging heerscht. Er denkt echter niemand in Busland over, om gedeelten van Oostenrijk, zooals bijvoorbeeld Galicië, te willen veroveren. Of het, gezien deze stemming, mogelijk zou blijken, de Russische regeering bij een gewapend conflict tusschen Oostenrijk en Servië te bewegen tot lijdelijk toezien, kan ik niet beoordeelen. Wel meen ik echter met beslistheid te mogen zeggen, dat het in geval van een oorlog niet gelukken zou, om de openbare meening hier te lande tegen Servië in te nemen, zelfs niet door de opwekking van de bloedige geesten van Draga en haar minnaar, wier verdwijning het publiek hier allang vergeten is, zoodat deze behoort tot de historische gebeurtenissen, waarvan men voor zoover het niet-Britsche landen geldt, hier te lande over het algemeen minder af weet dan een gemiddeld leerling van de hoogste klasse van de lagere school bij ons te lande.

Het zij verre van mij, aan te dringen op het prijsgeven van ons bondgenootschap of van onzen bondgenoot. Ik acht het verbond, dat zich een plaats verworven heeft in het gevoelsleven van beide rijken, noodzakelijk, alleen al met het oog op de vele Duitschers in Oostenrijk en den natuurlijken aard van hun genegenheid voor ons. Ik vraag mij alleen maar af, of het aanbeveling voor ons verdient, om onzen bondgenoot te steunen of voor hem borg te staan in een politiek, die mij avontuurlijk toeschijnt, omdat zij noch een radicale oplossing van het vraagstuk, noch de vernietiging Van de groot-Servische beweging tengevolge zal hebben. Al hebben keizerlijke en koninklijke politie en de Bosnische bestuursambtenaren den troonopvolger geleid door een „laan van bommengooiers", ik kan voor mij daarin geen voldoende reden Zien voor ons, om den beroemden Pommerschen grenadier op het spel te zetten voor de Oostenrijksche pandoerpolitiek, alleen om daarmee het Oostenrijksche zelfgevoel te stijven, dat zich in zoo'n geval, zooals onder Aehrenthal gebleken is, tot zijn voornaamste taak stelt om zich van de Berlijn6cno voogdij te ontslaan.

Mocht echter inderdaad voor de houding, die onze politiek aan zal nemen, die gedachte den doorslag geven, dat het gelukkige Oostenrijk, als het de grootServische beweging den doodsteek toegebracht heeft en van die zorg bevrijd is, ons dankbaar wezen zal voor do verleende hulp, dan kan ik niet nalaten te

Sluiten