Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doch vooreerst alleen met de afbreking der diplomatieke betrekkingen.

Met dergelijke benepen haarkloverijen hoopten de staats-wijzen van den Ballplatz in Europa nog een paar dagen langer den schijn van hun vredelievendheid te kunnen ophouden. Den 24sten zou de nota aan de mogendheden worden overhandigd, den 25sten moest Servië haar beantwoorden. Deze onbehoorlijke haast was, na zóó lang dralen, opzettelijk geëischt, om alle overleg van Servië met de mogendheden en van de mogendheden onderling onmogelijk te maken en iedere interventie buiten te sluiten.

Duitschland haastte zich onmiddellijk, aan de geheele wereld, en ook aan eigen vertegenwoordigers in het buitenland te verzekeren, dat het geen kennis had gedragen van de nota en daarop niet den geringeten invloed geoefend had; dat het door de nota evenzeer verrast was geworden als de overige mogendheden. .

Zoo seinde Jagow aan den Duitschen gezant te Stockholm op 23 Juli, 2 uur 'snamiddags:

..Het heeft er allen schijn van. dat Oostenrijk-Hongarije, 't welk zich door de Groot-Servische actio in zijn bestaan bedreigd voelt, in Belgrado zeer strenge eischen zal stellen. Die zijn ons niet bekend; wij beschouwen ze als een binnenlandsche aangelegenheid van Oostenrijk-Hongarije, waarop invloed te oefenen ons ook niet zou toekomen."

Aan de gezanten te Parijs, Londen en St. Petersburg seinde Zimmermann den 24sten Juli:

„In diplomatieke kringen alhier is de opvatting verspreid, dat wij Oostenrijk-Hongarije hebben aangezet tot de scherpe nota aan Servië en dat wij hebben meegeholpen aan de redactie ervan. Het gerucht schijnt uit te gaan van Cambon. Verzoek hem zoo noodig er tegen op te komen. Wij hebben in het geheel geen invloed geoefendop den inhoud der nota en evenmin als de overige mogendheden P-elegenheid gehad, vóór de publicatie ervan, hoe dan ook, ten opzichte daarvan een standpunt in te nemen."

Van deze verheffende instructie is maar één ding juist, n.1. dat Cambon inderdaad van don beginne af lont rook.

Hij rapporteert den 24sten Juli over een onderhoud met Jagow:

„lk \roeg hem, of inderdaad het Kabinet in Berlijn de Oostenrijksche eischen in geen enkel opzicht gekend had, vóór zij in Belgrado werden medegedeeld.

Sluiten