Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen hij dit met „ja* beantwoordde, zeide ik hem, dat ik zeer verbaasd was, te ontwaren dat hij met zooveel ijver in het gareel kwam voor aanspraken, welker omvang en draagkracht hij niet had gekend."

„U versta goed" — zoo viel de heer von Jagow mij in de rede — „enkel maar omdat wij persoonlijk met elkaar praten, vergun ik U, mij dat te zeggen." (Fransch Geelboek van 1914, no. 30.)

Dezelfde verzekering van den deugdzaam verontwaardigden von Jagow ontving de Britsche zaakgelastigde, sir H. Bumbold, die daarover den 25sten Juli bericht stuurde naar Londen:

„De staatssecretaris herhaalde zeer ernstig, dat, hoewel hij beschuldigd was geworden, den geheclen inhoud der nota gekend te hebben, hij inderdaad geen kennis ervan had gehad." (Blauwboek 1914, no. 18.)

Over dit onderhoud rapporteerde Cambon denzelfden dag:

„De Britsche zaakgelastigde heeft er, evenals ik het gisteren had gedaan, bij den heer von Jagow naar geïnformeerd, of Duitschland geen kennis had gedragen van de Oostenrijksche nota, vóór die was verzonden, en heeft een zoe ondubbelzinnig ontkennend antwoord ontvangen, dat hij het onderwerp niet verder kon aanroeren Doch hij kon niet nalaten zijn verbazing uit te spreken over de blanco-volmacht, die Duitschland aan Oostenrijk had gegeven." (Geelboek nr. 41.)

Sir Horace Bumbold, die destijds die verzekeringen kreeg, was dezelfde, wiens uitlatingen over „Duitschlands gewone leugenachtigheid" worden geciteerd in bet Witboek van Juni 1919, zooals wü reeds gezien hebben. Misschien was hij einde Juli 1914 voor het eerst tot die opvatting gekomen.

Als het Berlijnsche dept. van Buitenl. Zaken beweerde, dat het „in het geheel geen invloed had gehad op den inhoud van de Oostenrijksche nota. en evenmin als de andere mogendheden gelegenheid had gehad vóór de publicatie" — dus vóór den 24sten Juli — „ten opzichte daarvan op eenigerlei wijze een standpunt in te nemen", dan is het blijkens hetgeen tot nu toe reeds is medegedeeld duidelijk, dat het dept. daarmee een bewuste onwaarheid zeide De Duitsehe regeering heeft precies geweten, dat de nota zóo zou opgesteld, dat geen staat, die eerbied heeft voor het recht op eigen lotsbepaling, haar zou kunnen aannemen. De Duitsehe regeering heeft dat voornemen van Oostenrijk niet enkel gekend, maar ook gebillijkt eh aangemoedigd.

Later heeft weliswaar het dept. van Buitenl. Zaken

Sluiten