Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toe en door hem voelt zij zich gerechtigd het zoo vaste getuigenis van Szögyeny voor ongeloofwaardig te verklaren, omdat hij — „oud voor zijn leeftijd was." (Blz. 39.) J

Een bijzondere redding van de eer van het toenmalice regime is daarin nu juist niet te vinden. Men bedenke hoe toen de toestand was. De Duitsehe en de Oostenrijksche regeering bereidden een oorlog voor, waarbij het om dood of leven der staten kon gaan. loer. heette het de beste krachten op de beslissende posten plaatsen. De dringendste eisch was, dat er tusschen de beide verbonden regeeringen niet het gegenngste misverstand opkwam, de eene nauwkeurig van n* plannen van de andere op de hoogte was. De Uosteunjksche gezant te Berlijn vormde de verbindende schakel tusschen de beide staten; van zhn kunde, helderheid en korrektheid hing het leven van volken en regeeringen af. Slechts twee dingen zün mogelijk: of graaf Szögyeny was werkelijk de seniele nalvrt idioot, zooals de schoonwasschers van Wilhelm jui/j,1Ï «•?andlangers" hem nu voorstellen; dan handelde cie Oostenrijksche regeering ongeïoofelijk lichtvaardig en gewetenloos, dat zij op deze allergewichtigste post een versuften praatjesmaker liet en niet minder lichtvaardig en gewetenloos de Duitsehe regeerw, dat zij haar moeilijkste en gewichtigste opdrachten onder zulke omstandigheden aan een idioot toevertrouwde, die niet goed wist, waarover men met hem sprak. Een ernstiger aanklacht tegen beide regeerjngen is niet denkbaar. De verontschuldiging is in dit geval ernstiger dan de misdaad zelf. Want het is voor een natie altijd nog beter door kundige en knappe schurken geleid te worden dan door eerlijke idioter. De eersten zullen het volk niet lichtvaardig in „oestanden brengen, die den geheelen staat en daarmede ook zijn leiders in gevaar brengen. Dat kan slectw een stommeling. Het ergste is het natuurlijk wanneer oneerlijkheid, Uchtzlnnigheid en domheid zich vereenigen. Het eene alternatief, de werkelijke seniliteit van Szögyeny, verontschuldigt dus dte Duitsehe regeering niet, zij verlegt slechts haar schuld op een ander gebied dan het aangegevene.

Szö5/eny was zek«r in 1914 reeds een ouwe heer van 73 jaar, wien nu en dan een lapsus im die berichtgeving overkwam. Maar veel van wat hij rapporteerde blijkt toch ook volkomen juist te zijn en m Vj6' J°nderhavige geval is zijn getuigenis zeer bepaald. Daarom moet het stellig onderzocht worden. Bij nader onders-oek vinden wij feitelijk dat zeer

Sluiten