Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

h e i d, die mij vervult na doorlezing van het Servische antwoord. W.)

Toen ik antwoordde, dat de verantwoordelijkheid op Busland viel, dat toch buiten het conflict stond1 (juist! W.), ïeide prins Troebetskoj: Wij kunnen onze broeders niet in den steek laten (koning*en vorstenmoordenaars. W.). Oostenrijk kan hen vernietigen (wil het niet. W) en dat

kunnen wij niet toelaten Wij gelooven, dat de

Duitsehe keizer aan den bondgenoot Oostenrijk een welgemeenden raad zal geven den boog niet al te straf te spannen (dat zijn vage frasen, om de verantwoordelijkheid op mij af te

Schuiven. Dat w ij s ik af. W.) den goeden

wil van Servië met de gegeven belofte te erkennen en de mogendheden of het Haagsohe scheidsgereehts over de str^jd-punten uitspraak te laten doen. (NtO'ttJ" sens. W.) De terugkeer van uw keizer heeft ons allen zéér gerust gesteld, want wij vWtrouwen Z. M. en willen geen oorlog, ook keizer Nikolaas niet. Het Zou gpèdf'zijn wanneer de beide monarchen eens telegrafisch zich met elkaar verstonden. (Is gebeurd. Of er overeenstemming bereikt wordt, betwijfel ik. W.) Dit is de opvatting van een der invïöèdrjSkste mannen van het hoofdkwartier er vermoedelijk do opvatting van de geheele omgeving.'* Men ziet het, ook den 29sten blijft Wilhelm er nog bij, een beroep op het Haagsche scheidsgerecht of een conferentie der mogendheden voor „nonsens" te verklaren. Anderzijds twijfelt h^ er zelf aan, dat een directe bespreking van Duitschland met Busland succes belooft. Dan schfint hij toch met de onvermijdelijkheid van den algemeenen oorlog te rekenen en de zorg, die hem vervult en waaraan hij in een van zija aantéekeningen uitdrukking geeft, schijnt niet de zorg. voor het Europeesche conflict te zijn, maar de bezorgdheid, dat men door Oostenrijks domheid met het odium belast wordt, den oorlog zelf uitgelokt te hebben. Ook uit tal van! uitlatingen van Bethmann blijkt niet steeds duidelijk of hem het behoud van den viede> aan het hart ligt, of dat hij slechts naar het voorbeeld van Bismarck Van 1871 er op uit is, dat de anderen de belhamel lijken, die begonnen is. Men herinnero zich het telegram van 27 JttB' aan Tschirschky, waarin hij zect, dat wij „de tot den oorlog gedwongener"1 moeten lijken1.

Dezelfde toon wordt aangeslagen in het telegram, dat de rijkskanselier aan den gezant te Weenen Zond op 28' JuaE'>lHij beklaagde er zich over, dat Oosten-

7

Sluiten