Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Duitschland spraken. Wat zij zeggen is dit, dat juist onder de Belgische diplomaten het vertrouwen in Ue Duitsehe politiek zeer sterk was. Te zonderHnger doet het aan, dat de Duitsehe regeering gelijktijdig met deze Belgische getuigenissen andere openbaar maakte, die bewijzen moesten, dat België reeds lang voor den oorlog met Engeland en Frankrijk tegen Duitschland samengezworen had.

Wat het door de PEscaille vermelde wantrouwen van het St. Petersburgsche kabinet tegenover de verzekeringen van Weenen betreft, dat het de integriteit van Servië niet wilde aantasten, dit wantrouwen was niet tot St. Petersburg beperkt. Op den 29en Juli schreef Bethmann Hollweg naar Weenen aan Tschirschky:

„Dezo uitlatingen van de Oostenrijksche diplomaten dragen niet meer het karakter van particuliere uitlatingen maar moeten reflex van wenschen en aspiraties lijken. Ik sla de houding van de regeering hij u te lande en haar ongelijksoortig optreden bn deverschillende regeeringen met toenemende verwondering gade. Te St. Petersburg verklaart zij' territoriaal „désinteressement" en laat hen geheel in het duister over haar program; Bome scheept zij af met nietszeggende praatjes over de compensatiekwestie; te Londen geeft graaf Mensdorff stukken van Servië aan Bulgarije en Albanië en komt in tegenspraak met de plechtige verklaring van Weenen te St. Petsrstourg. Uit deze tegenstrijdigheden moet ik de conclusie trekken, dat de in het telegram no. 8* medegedeelde desavoueering van graaf Hoyos voor de galerij bestemd was en dat .de regeering bij u telande met plannen omgaat, waarvan zij de geheimhouding tegenover ons voor noodzakelijk houdt on* zich voor alle gevaUen den Duitschen steun te verzekeren en niet door openlijke bekendmaking zich aan. een mogelijk refuus bloot te steHen.

Bovenstaande opmerkingen zijn in de eerste plaats voor de persoonlijke oriënteering van uw Exc. bestemd. Ik verzoek graaf Berchtold slechts er op te wijzen een wantrouwen tegen zijn verklaringen aan de mogendheden over de integriteit van Servië afgelegd, te voorkomen."

Intusschen was Bethmann Hollweg zelf reeds begonnen levendig wantrouwen te wekken. Steeds algemeener werd de opvatting, dat Duitschland den oorlog wilde en zoo geraakte men in het noodlottige stadium,, dat een ieder zich tot den oorlog toebereidde — toebereidselen, die eerst in het geheim gemaakt konden.

Sluiten