Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Belgische regeering wil Ued. Hoogwelgeb. mij wel per omgaande telegrafisch bericht zenden."

Het document van den heer von Moltke werd, zooals reeds is opgemerkt, door het ministerie van boitenlandsche zaken zonder meer aanvaard en met enkele redactioneeJe wijzigingen verzonden. Deze zijn van onbeteekenenden aard, slechts een dient vermeld te worden. De chef van den generalen staf ging klaarblijkelijk van het denkbeeld uit, dat Engeland tegelijk met Frankrijk in den oorlog zou gaan en daarom sprak hij van berichten, die als aUe berichten van dezen aard, natuurlijk „geen twijfel mogelijk laten" over het voornemen van een „Franeoh-Engelschen" opmarsch over Belgisch grondgebied. Dat scheen buitenlandsche zaken toch wat te gewaagd. Het hoopte nog op Engeland's onzijdigheid Stumm schrapte daarom de hierboven in de weergave van de nota tusschen haakjes geplaatste woorden en vergenoegde zich met de „aan geen twijfel onderhevige' vaststelling van het voornemen van een Franschcn opmarsch door België. Het zijn slechte een paar woordjes, waar het om ging, maar wat er met deze geschiedde, is zeer leerzaam. Het toonde aan, hoe de generale staf er den slag van had, klachten over Fransche of Fransch-Engejsche vijandelijkheden, die den oorlog of de schennis der onzijdigheid onvermijdelijk maakten, bij voorbaat uit te denken, voordat zulke vijandelijkheden ook zelfs maar mogelijk waren, om de klachten dan voor den dag te halen, zoodra men ze noodig had. Deze weg werd inderdaad ingeslagen. Het den 26en Juli ontworpen, den 29en geredigeerde en verzonden document werd niet dadelijk aan de Brusselsche regeering ter hand gesteld. De wereld was to«n nog niet voorbereid op den Fransch-Duitschen oorlog.

Jagow liet het document in gesloten envelop door een koerier naar den heer von Belew-Saleske, den Duitschen gezant te Brussel, brengen met het volgende briefje:

„De bij deze instructie ingesloten bijlage verzoek ik Ued. Hoogwelgeb. beleefd veilig opgeborgen te bewaren en pas te openen als u telegrafieeh daartoe van hieruit instructie krijgt. De ontvangst van dezen brief en de bijlage wilt u mn wel telegrafisch bevestigen."

Dus de „Not", die volgens de pathetische verzekering van Bethmann in zijn groote oorlogstoespraak van den 4en Augustus geen „Gebot" kent, werd reeds den 29en Juli met koel overleg in orde gemaakt, en

Sluiten