Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mocht de Fransche republiek zich in dienst «tellen van zijne majesteit den Tsaar en alleenhoei'scher aller Bussen, dan zouden de Duitsehe socialisten haar met leedwezen bevechten, maar bevechten zouden zij haar". („Der Sozialismus in Deutschland". Neue Zeit. X, 2, Pg. 585, 586.)

Deze gedachtegang werkte in 1914 in de Duitsehe sociaal-democratie nog na. Zij ging uit van de verondersteUing, dat slechts van Busland den stoot tot den oorlog kon komen niet van Duitschland. Nog tien jaar na het artikel van Engels heb ik Busland onder de Europeesche vredesverstoorders genoemd, Duitschland niet. Later heb ik deze opmerking niet herhaald. Sedertdien waren aan den eenen kant in Busland de nederlaag tegen Japan en de revolutie, en aan den anderen kant in Duitschland de vioolbouw en de actieve politiek in de mobammedaansche wereld ingetreden.

Busland, met de revolutie in het lijf, was thans voor de democratie in Europa minder gevaarlijk geworden dan de nog ongeschokte, overmachtige Duitsehe militaire monarchie.

En allerminst kon men de Duitsehe of de Oostenrijksche regcering, welke laatste in 1914 zonder parlement regeerde, wat toen de Tsaar niet meer durfde te doen, als kampioen tegen het Tsaristisch absolutisme beschouwen.

Een revolutionair Busland zou hun veel gevaarlijker zijn voorgekomen dan een tsaristisch Busland, evenals een vrij Servië voor hen de ergste vijand was.

Kenschetsend te dezen opzichte zijn de opmerkingen in margine, die Wilhelm schreef bij een rapport van Pourtalès dd. 25 Juli uit St. Petersburg over een gesprek met Sasonof. i -urtalès schrijft:

„Mijn toespeling op het monarchistische beginsel (waar de Serviërs inbreuk op zouden hebben gemaakt. E.) maakte weinig indruk op den minister. Busland weet (zei Sasonof. Vert.) wat het tegenover het monarchistische beginsel verplicht is."

En Wilhelm voegde daaraan toe:

„Na zijn verbroedering met de sociale Fransche republiek niet meer."

Behalve deze scherpe censuur, die de Duitsehe Keizer op den Bussischen uitoefent wegens overdreven republikeinsche en zelfs „sociaal-republikeinsche" sympathieën, is in de kantteekeningen bij het rapport van Pourtalès er nog een opmerkelijk, die ' laat zien, met welk een onbezorgdheid Wilhelm nog

Sluiten