Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd in 't leven geroepen, doch van die gedwongen emigratie, die te voorschijn wordt geroepen door het grootgrondbezit, de concentratie der landgoederen, de aanwending van machines ter bewerking van den grond, en de invoering van modern grootbedrijf in den landbouw.

In de staten der Oudheid, in Griekenland en Rome, was de gedwongen emigratie, die den vorm aannam van het periodiek oprichten van koloniën, een bestendig onderdeel van het maatschappelijke systeem. Heel de inrichting van deze staten was gebouwd op een bepaalde beperking van het bevolkingsaantal, dat niet mocht worden overschreden, wilde niet het bestaan zelf der antieke beschaving in gevaar worden gebracht. Waarom echter was dit zoo ? Wijl hun het toepassen van de natuurwetenschap op de stoffelijke productie geheel en al onbekend was. Om beschaafd te blijven, moesten zij gering in aantal zijn. Anders zouden zij ten offer zijn gevallen aan dien zwaren lichamelijken arbeid, die den vrijen burger tot slaaf maakte. Het ontbreken van productie-kracht maakte de burgerij afhankelijk van een bepaalde getalsverhouding, die niet uit het evenwicht mocht worden gebracht. De eenige uitkomst was dus gedwongen emigratie.

Dezelfde druk der bevolking op de productie-krachten dreef eens de barbaren uit de hoogvlakten van Azië tot hun invallen in de Oude Wereld. Dezelfde oorzaak werkte hier in een anderen verschijningsvorm. Om barbaren te kunnen blijven, moesten zij weinigen zijn. Zij waren herdersvolken, jagers en oorlogvoerende stammen, wier productie-wijze voor ieder individu groote uitgestrektheden land vereischte, gelijk dit nog heden ten dage bij de Indianenstammen in Noord-Amerika het geval is. Namen zij in getal toe, dan verminderde de een des anders productiegebied. Daarom was de overtollige bevolking gedwongen zich in die groote avontuurlijke zwerftochten te storten, die den grondslag legden tot de vorming van volken in het oude en nieuwe Europa. Geheel anders echter is het heden ten dage met de groote gedwongen emigraties gesteld. Niet een gebrek aan productie-krachten is het, dat het bevolkingsoverschot in 't leven roept, doch het is de toeneming aan productie-krachten, die een vermindering der bevolking verlangt ■ en het overschot door hongersnood of emigratie verwijdert. Niet de bevolking drukt op de productie-kracht, doch deze is 't die op de bevolking drukt.

Sluiten