Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu deel ik noch Ricardo's meening, die het „netto-inkomen" als den Moloch opstelt, waaraan zonder morren geheele volken geofferd dienen te worden, noch de meening van SlSMONDl, die in zijn hypochondrische philanthropie met geweld achterlijke methoden in het landbouwbedrijf zou willen behouden en de wetenschap evenzeer uit de industrie zou willen verbannen als eens Plato de dichters uit zijn Republiek. In de maatschappij voltrekt zich een stille Revolutie, waaraan men zich moet onderwerpen en die zich om de menschelijke existenties, die haar ten offer vallen, zoo weinig bekommert als een aardbeving om de huizen, die zij verwoest. De klassen en de rassen, die te zwak zijn, om de nieuwe levensvoorwaarden meester te worden, moeten ondergaan. Kan er echter iets meer kinderachtigs en kortzichttgers bestaan dan de meeningen van die economisten, die in allen ernst gelooven, dat deze jammervolle overgangstoestand niets verder zou beteekenen dan de aanpassing der maatschappij aan den toeëigeningsdrang der kapitalisten, zoowel grondbezitters als financiers? In Groot-Brittannië is het verloop van dit proces zeer doorzichtig. De aanwending van wetenschappelijke methoden in de productie verdrijft de menschen van het platte land en concentreert hen in de industriesteden. „De emigratie-commissarissen hebben behalve zeer enkele handstoelwevers uit Spitalfields en Paisley geen industrie-arbeiders ondersteund, en op hun eigen kosten zijn er maar weinigen of in 't geheel geen geëmigreerd", zegt de „Economist".

De Economist weet heel goed, dat zij op eigen kosten niet emigreeren konden, en dat de industrieele middelklasse hun bij de emigratie niet behulpzaam zou zijn. Waartoe leidt dat nu? De boerenbevolking, het meest gezeten en conservatieve element der moderne maatschappij verdwijnt, terwijl het industrieele proletariaat juist tengevolge van de moderne productiewijze zich in machtige centra ziet samengedrongen, omringd van de geweldige productiekrachten, welker scheppingsgeschiedenis tot dusverre de martelaarsgeschiedenis der arbeiders was. Wie zal hen verhinderen een schrede verder te gaan en zich van de krachten meester te maken, die zich voordien van henzelf lubben meester gemaakt ? Waar zal de macht zijn, die hun weerstand vermag te bieden?

Nergens 1 Dan zal het nutteloos zijn, zich op „eigendomsrechten" te beroepen. De bourgeois-ekonomisten geven zelf toe, dat de moderne veranderingen in de productie-wijze het verouderde maat-

Sluiten