Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De geschiedenis van iedere maatschappij tot nu toe is de geschiedenis van klassenstrijden.

Vrije en slaaf, patriciër en plebejer, baron en lijfeigene, gildemeester en gezel, kortom onderdrukkers en onderdrukten stonden in voortdurende tegenstelling tot elkaar, voerden een onafgebroken, nu eens bedekten dan weer open strijd, een strijd, die ieder keer eindigde met een revolutionaire vervorming van de geheele maatschappij of met den gemeenschappelijken ondergang van de strijdende klassen.

In de vroegere tijdperken der geschiedenis vinden wij bijna overal een volledige verdeeling der maatschappij in verschillende standen, een veelvoudigen trap van maatschappelijke rangen. In het oude Rome hebben wij patriciërs, ridders, plebejers, slaven; in de middeleeuwen leenheeren, vazallen, gildemeesters, gezellen, lijfeigenen en bovendien in bijna ieder van deze klassen weder bijzondere afdeelingen.

De uit den ondergang van de feodale maatschappij voortgekomen moderne burgerlijke maatschappij heeft de klassentegenstellingen niet opgeheven. Zij heeft slechts nieuwe klassen, nieuwe voorwaarden van onderdrukking, nieuwe vormen van den strijd in de plaats van de oude gesteld.

Ons tijdvak, het tijdvak der bourgeoisie, steekt evenwel hierdoor uit, dat het de klassentegenstellingen vereenvoudigd heeft. De geheele maatschappij splitst zich meer en meer in twee groote vijandelijke kampen, in twee groote lijnrecht tegenover elkaar staande klassen: bourgeoisie en proletaraat"1).

Ziedaar eenige zinsneden uit het Communistisch Manifest, waarmede Marx en Engels in 1848 de proletariërs aller landen op-

') Het Communistisch Manifest, vertaling van H. Gorter, bi. 4.

Sluiten