Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is de internationale sociaal-democratie, waarin de arbeiders der geheele wereld, die tot bewustzijn van hunne taak in den klassenstrijd zijn gekomen, zich hebben georganiseerd.

De Sociaal-Democratische Arbeiderspartij in Nederland stelt zich ten doel, ook het Nederlandsche proletariaat te doen deelnemen aan den internationalen strijd der arbeidende klasse" 1).

Deze leer van den klassenstrijd hangt samen met en berust op het historisch-materialisme, hetwelk de geschiedkundige feiten uit louter stoffelijke oorzaken meent te kunnen verklaren. Het zijn deze oorzaken — zoo wordt ons verteld — die de geschiedenis beheerschen. De historie is de geschiedenis van klassenstrijd en nog eens klassenstrijd; de tegen elkander strijdende maatschappelijke klassen — zoo vernemen wij — zijn immer het product geweest der economische verhoudingen van hunnen tijd; in elke periode der geschiedenis vormt het economische samenstel der maatschappij den feitelijken grondslag, waaruit de geheele juridische en staatkundige bovenbouw, alle godsdienstige en philosophische begrippen, alle opvattingen over moraal zoowel als over kunst, in laatste instantie zijn te verklaren.

De wijze van productie van het materieele leven — aldus spreekt Marx — bepaalt in het algemeen het sociale, politieke en geestelijke levensproces. Het is niet het bewustzijn der menschen, dat hun zijn, maar omgekeerd hun maatschappelijk zijn, dat hun bewustzijn bepaalt2).

De aanhangers dezer leer van het historisch-materialisme, die aan godsdienst en zedelijkheid hun wezenlijken grondslag ontneemt, die feitelijk religie en moraal opheft, werden bij hare toepassing tot de grootste waagstukken verleid. Calvijn's leerstuk van de uitverkiezing evengoed als de rechtvaardigmaking door het geloof, welke luther leert, vinden hunne verklaring in het feit, dat de kapitalistische productiewijze alle bestaande maatschappelijke verhoudingen onderste boven werpt. Aldus weet Franz Mehring ons te vertellen8) en Lafargue doet niet voor hem onder, wanneer hij historisch-materialistisch uiteenzet, hoe het Heilig Avondmaal een overblijfsel is van het Cannibalisme *).

l) Parlement en kiezer, 1911, blz. 100. a) Marx, Zur Kritik der Politischen Oekonomie, Voorrede. s) Gustav Adolf, Ein Fürstenspiegel zu Lehr und Nutz der Deutschen Arbeiter, s. 10. *) Neue Zeit, XIII, 2, s. 625.

Sluiten