Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

partijgangers wordt het erkend. Allereerst worde bernstein genoemd. Hij weet te vertellen, dat ontelbare menschen de woorden klasse en klassenstrijd in den mond nemen en tot het onderwerp van heftige beschouwingen en partijquaesties maken. Vraagt men hun echter die begrippen nauwkeurig te bepalen, dan zal men velen in verlegenheid brengen en van anderen zeer uiteenloopende antwoorden ontvangen. De een acht de zaak uitgemaakt met de tegenstelling van bourgeoisie en proletariaat, de ander met die van kapitalist en loonarbeider, een derde met die van bezittende en bezitlooze, en voor bepaalde doeleinden zijn zulke verdeelingen in tweeën ook wel bruikbaar. Maar een blik op onze rijkvertakte maatschappij toont, dat voor eene wetenschappelijke, d. i. met den werkelijken toestand strookende behandeling, deze verdeelingen in tweeën volstrekt onvoldoende zijn l).

Inderdaad, zoo is het. Als men vraagt naar eene nauwkeurige begripsbepaling worden velen, ook onder de sociaal-democraten, in verlegenheid gebracht. Het schijnt soms wel, of de woorden klasse en klassenstrijd slechts dienst kunnen doen als stopwoord of dooddoener, maar niet verklaard mogen worden.

Beschouwt men bernstein misschien als niet zuiver op de graat, welnu dan luistere men naar Kautsky. Men is al te zeer geneigd — zoo schrijft hij — aan te nemen, dat inde maatschappij altijd maar twee legers, twee klassen zijn, die elkaar bestrijden, twee vaste, homogene massa's, de revolutionaire en de reactionaire. Zoo eenvoudig zijn evenwel de verhoudingen niet. „De maatschappij is en wordt hoe langer hoe meer een buitengewoon samengesteld organisme, met de meest uiteenloopende klassen en belangen, die zich, naar gelang van den gang van zaken, tot de meest verschillende partijen kunnen groepeeren" \

De oude schablone wordt wel algemeen als ondeugdelijk weggeworpen. De Oostenrijksche sociaal-democraat renner heeft in zijn werk Marxismus, Krieg und Internationale zich ook tegen de al te simplistische verdeeling van de maatschappij in kapitalisten en proletariërs, in fabrikanten en arbeiders, gekeerd. Hij wijst er op, hoe door de ontwikkeling van het kartel- en bankwezen menig fabrikant een hoorige is geworden van de bank en van het kartel, dat de prijzen vaststelt, waarvoor hij verplicht is

') Soz. Monatshefte, 1905, II, s. 859. *) Die Klassengegensatze von 1789, s. 7.

Sluiten